Royal Dutch Perfume

Nederland is beroemd als land van bloemen maar niet vanwege parfum. Hoe kan dit?’ Mohammed Semhani, parfum ontwerper uit Syrië, opent zaterdag in hartje Den Haag zijn eigen winkel: Royal Dutch Perfume. In Latakia runde Semhani een gouden bedrijf dat in rook opging tijdens de oorlog. Hij schreef een businessplan en bleef erin geloven.’

‘De natuur is rijk. Alles heeft zijn eigen unieke geur. Bloemen, fruit en groenten. De aarde, rivieren en alle planten in de natuur. Geuren zijn uniek, puur en vers. Geuren roepen herinneringen op.’

Dr. Jasper de Groot onderzoekt de relatie tussen geuren en emoties en haalt in zijn blog het boek ‘Een natuurlijke geschiedenis van de zintuigen’ aan: ‘Eén geur kan … jeugdherinneringen oproepen van een zomervakantie aan een bergmeer. … Het effect van een geur kan lijken op de explosie van een landmijn die in ons geheugen verstopt ligt, onder een jarenlang groeiend deken van mos. Wanneer je ongezien op een dergelijke mijn stapt, kunnen diepe herinneringen plotseling de oppervlakte bereiken.’

Op zijn veertiende raakt Semhani in de ban van geuren en het maken van parfum. Hij leent van zijn moeder een beetje geld. Op zijn negentiende opent hij een kleine winkel van zes vierkante meter en begint met het verkopen van parfum. Na een paar jaar heeft hij meer dan 10.000 klanten per maand.

Zijn plan voor het maken van unieke parfums komt voort uit het oude ambacht uit de 14e eeuw. Nu hij in Nederland woont ontdekt hij tot zijn verrassing dat er geen mensen zijn die een eigen winkel openen voor parfum. ‘Nederland staat bekend als land van bloemen en is een handelsnatie. Maar toch er zijn geen bedrijven die parfum maken?’ Semhani ruikt een business kans. In de vele bloemen die Nederland rijk is zitten immers de geuren verborgen die de basis vormen voor ieder uniek parfum.

Toen Semhani ook in Nederland breder bekend werd als ‘De Neus van Latakia’ kwam er een beweging op gang. De gemeente zag niets in zijn businessplan, want Semhani had geen rijbewijs. Diverse gesprekken en interacties leiden tot het vinden van de investeerder die wel brood ziet in het concept van Uniek Parfum (filmpje). Semhani straalt als hij over de op handen zijnde opening vertelt. Particulieren en bedrijven zijn vanaf as. zaterdag 13u welkom voor een geur op maat in de Papestraat 15, Den Haag. Semhani droomt groot in de Nederlandse polder, Royal Dutch Perfume.

Met speciale dank aan André Hendrikse, Foundation Number Five, Razan Damlakhi, Adel AlBaghdadi, Tineke Bennema, Joël van Dooren, Het Grote Midden Oosten Platform en De Stadscoalitie (die vakgenoten en businesspartners duurzaam met elkaar verbindt).

Geplaatst in ambacht, Collectivisme, Communicatie, cultureel erfgoed, Duurzaamheid, Economy, Midden-Oosten, Nederland | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Diversity our strength

A man in his forties, dressed smart casual. A man with a purpose in life. Learning & development is his steel. ‘I feel alive when I am at work conducting trainings and presentations.’ He shows me a file that presents a meticulous overview of his achievements over the past three years in the Netherlands. Courses, acknowledgements, certificates. Presentations, guest lectures and conducted trainings for universities, municipalities, ngo’s and companies. Lists of attended meetings in the field of culture, heritage and business. A man in action throughout almost all provinces in the Netherlands after a long career in the Emirates and Syria. A man who’s education was partly British, who visited 27 countries and worked with many Europeans. Despite all efforts and dedication this international professional is still unemployed.

Over the past years he started out setting up his own company. The municipality didn’t like his idea from the beginning. ‘This will never work starting your own business as a freelance trainer’, has been their motivational advice ever since. It is a long and exhausting journey through the Dutch jungle of paper and regulations. Hope is the master of all doubts so the journey continues. Like many new talented citizens this open and motivated professional didn’t come to the Netherlands for a small dream.

His dreams are big and he is not settling for less. Efforts to obtain a fulltime fixed job are explored. While being busy at the job market, raising a family, at the same time writing a work of literature, preparing a PhD at Leiden University. An overview of poetry from the early times in the Middle East till now, focussing on poetry from Aleppo. ‘I have to pursue finishing this work before my parents will pass away.’

Living in a small village in the Netherlands his observations are: ‘Sometimes I feel like I am living in a museum. Everything is well organized yet there is no life in the streets. Where to meet people? The villagers are friendly but as it is a small community here I get the feeling that I have to stay in my own territory and it seems not appropriate to come close. I have written over a hundred job applications. Often I never heard anything or I received a letter of refusal. Slowly by slowly I start to feel like a stranger. A stranger within me. Even my own name doesn’t feel right in this context.’

‘It seems strange to me that, although I only have changed my context, nothing seems to work. I have a lot of experience, capacities and skills and although I hear on the news that there are many jobs available somehow I don’t find any options. You would think that my expertise as a professional trainer in a commercial environment would be of international value. Although the principles are the same it is still difficult to get access to the Dutch labour market. Let alone that people working in this field appreciate that a trainer with a different background can be of added value. ‘I have recently started to doubt if I should change my name. I wonder if this will give me a better starting point?’

It is known that Jewish people who left Europe during the Second World War flying to the United States have changed their names. ‘A well-worn joke in American Jewish culture goes like this. A Jewish immigrant landed at Ellis Island in New York. The procedures were confusing, and he was overwhelmed by the commotion. When one of the officials asked him “What is your name?” he replied, “Shayn fergessen,” which in Yiddish means “I’ve already forgotten.” The official then recorded his name as Sean Ferguson.’ ‘The explanation of this joke is more than a simple joke. It illustrates the ways that Jewish people have struggled, and continue to struggle, with their identity in America,’ explains associate professor Kirsten Fermaglich. ‘Jewish Americans changed their names, but not at Ellis Island. Her research suggests they changed their names in disproportionate numbers compared with other groups in response to American anti-Semitism.’ Being called Sean Ferguson it turned out much easier to find a job.

The training professional continues: ‘I have some recent experiences that strongly gave me the impression that my name is working against me. I am a business man, so I look at it in a practical way. I cannot change the situation, yet I can change my name. I already found out that it will cost 800 euro to make this happen. Changing my name will give me a better future.’ What’s in a name?

When in Toronto the government and businesses are in agreement: Diversity our strength. This mantra is inscribed on the city’s coat of arms. Toronto is one of the most successful innovative urban economies in North America. An open attitude towards innovation and diversity. At the Toronto University celebrated economists like David Wolfe have now even scientifically proven that diversity is indeed of value.
The story of the training professional doesn’t stand on its own. Many skilled professionals, new citizens, find little or no work. Is there any reason why the principle of diversity would not apply to the businesses in the Netherlands?

Geplaatst in compassion, Dialogue, Distortion, Economy, Nederland, Stereotypes | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Cities of Light

Every second Sunday between 20hr-21hr connect to #citiesoflight to inspire coming home & harmony in the world.

The Room of Listening will join in this movement in 2020. You are welcome wherever you are in the world. Take one hour to connect and to come home.

Research has shown that when groups of people meditate together regularly, harmony and flow result. The positive effects that participants create not only affects themselves, but also their surroundings and ultimately the world as a whole. This is known as the Maharishi Effect.

Welcome to join from your own living room or connect to a living room close by. More info see: www.citiesoflight.org

#citiesoflight #stadsverlichting #harmony #2020

Geplaatst in Collectivisme, compassion, Sustainability | Tags: , | Een reactie plaatsen

Een rustig gesprek

Een maand geleden had ik het genoegen waarde Burgemeester Aboutaleb namens Verhalenhuis Belvédère mijn essay ‘Hier is daar, daar is hier’, Verhalenhuis als Vrijplaats te overhandigen in het Arabisch, dankzij de noeste toegewijde vertaalarbeid, ‘amanah‘ van in het bijzonder Araa Al Jaramani, Raghad, Bader Atem en Dima Mousa. De vertaling ontsluit het verhaal over het belang van vrijplaatsen voor ontmoeting in een stedelijke samenleving en het gedeelde erfgoed van verhalenhuizen, dat oorspronkelijk uit het Midden Oosten komt, nu ook voor Arabisch sprekenden.

Foto: Jan van der Ploeg

De ontmoeting met Burgemeester Aboutaleb brengt warme herinneringen boven aan het belang van rustige gesprekken. Een rustig gesprek in roerige tijden dat collega Carl Stellweg en ik in 2016 in het Frans voerden met de Rotterdamse burgemeester en zijn held de Syrische dichter Adonis. Dit interview verscheen destijds in de Correspondent.

Twee mannen, beiden geboren in een eenvoudig bergdorp, ver van de moderne wereld. De een in Syrië, de ander in Marokko. De een, inmiddels 85, groeide uit tot de belangrijkste hedendaagse Arabische dichter. De ander, dertig jaar jonger, is op dit moment de spraakmakendste bestuurder van Nederland. En die bestuurder, een verklaard poëzieliefhebber, is groot bewonderaar van de dichter.

Poëzie? Een nieuw venster op de werkelijkheid

Een winterse vrijdagavond in Den Haag. Buiten is een kille decemberwind opgestoken. Binnen, in een spartaans ingerichte artiestenkleedkamer in het Theater aan het Spui, klinkt de heroïsche slotstrofe van het Tunesische volkslied:

Wanneer op een dag het volk de wil tot leven uitspreekt
moet het lot hen niet in de weg staan
moet er een einde komen aan de nacht
en dienen de ketenen te worden verbroken
.’

Het is de Rotterdamse burgervader die deze revolutionaire regels aanheft. Zijn 85-jarige dichtende held hoort het geamuseerd aan. ‘Gewoon, een beetje nostalgie,’ zegt Aboutaleb. ‘Eind jaren vijftig was dit verplichte kost onder studenten in Noord-Afrika. Het waren de hoogtijdagen van het Arabische nationalisme.’

Kent Adonis het lied ook? Bedaard: ‘Natuurlijk. Iedereen kent het.’

Mooi om op die manier het ijs te breken, maar het verzoek aan de burgemeester was om een lievelingsgedicht van Adonis voor te dragen, teneinde een boeiende gedachtewisseling over diens poëzie uit te lokken. Zou Aboutaleb niet wat willen selecteren uit Wat blijft, Lees hier meer over Wat blijft.de zojuist verschenen, allereerste bundel in het Nederlands vertaalde Adonispoëzie?

Aboutaleb kiest liever een vers dat hij ooit zelf probeerde te vertalen – hij deed er twee maanden over. ‘Het is een gedicht dat gaat over eenzaamheid. Wat me er zo in aanspreekt, is dat Adonis een vergelijking trekt tussen eenzaamheid en een bos. Hij schrijft: eenzaamheid is een bos dat uit maar één boom bestaat. Zo’n verbluffend, in feite onmogelijk beeld: dat is Adonis. Hij opent een nieuw venster op de werkelijkheid.’

Adonis. Foto: Frank Ruiter (voor De Correspondent)
Adonis. Foto: Frank Ruiter (voor De Correspondent)

De dichter? Een dwalende

De dichter vult aan: ‘De liedtekst die meneer Aboutaleb zojuist heeft voorgedragen, heeft door zijn poëtische kracht mensen gemobiliseerd. Dat was de bedoeling en dat is heel mooi. Maar ik heb een totaal andere opvatting van poëzie. Wat teruggrijpt naar traditie, daar sta ik redelijk afwijzend tegenover.’

‘Onze Arabische traditie – of het nu de poëzie, de filosofie of de politiek betreft – is niets anders dan herhaling, variaties op steeds dezelfde thema’s. Dat geeft ons geen enkele ruimte om na te denken, om zaken ter discussie te stellen. De heersende Arabische poëzie is er een van antwoorden. Wat dat betreft verschilt ze niet van religie en ideologie, die er ook alleen maar zijn om zekerheden te verschaffen. Echte poëzie stelt juist vragen. Dat is haar wezen. Poëzie is een vraag aan de wereld.’

Aboutaleb: ‘Klassieke Arabische poëzie kenmerkt zich door een logische ordening. Dat zit ook in het ritme. Het werk van Adonis doorbreekt dat. Wat dat betreft lijkt hij meer op een westerse dan op een Arabische dichter. Hij gaat soms in tegen de logica en dat dwingt je tot nadenken.’

Adonis lacht bescheiden: ‘Er zijn best veel Arabische dichters geweest die vragen stelden over de wereld, en dan met name de wereld van de islam. En ook in Europa heersen conventies. Maar jullie Europeanen hebben instituties als de kerk afgezonderd, geneutraliseerd en daardoor ruimte geschapen voor vernieuwing. Zo zijn jullie de middeleeuwen ontstegen, terwijl wij – Arabieren, moslims – daar nog middenin zitten. Desondanks moet je het regime nooit met het volk vereenzelvigen. En het volk ook nooit vereenzelvigen met het individu. Volk is een vaag, ideologisch besmet woord, dat nauwelijks betekenis heeft.’’

Aboutaleb: ‘Maar er is wel zoiets als een identiteit. Nederlanders hebben nogal eens de neiging te zeggen dat ze geen nationale identiteit hebben, maar die is er wel. Ik bedoel geen nationale keuken of zo, maar een politiek systeem, een geschiedenis, een bepaalde manier om samen te werken en vooruit te komen.’

‘Als je kijkt naar de islamitische wereld en voor het gemak even inzoomt op de positie van de literatuur, dan zie je juist een breuk: want eigenlijk zijn dichters daar alleen geaccepteerd als ze zich conformeren aan het religieuze gezag. Echte dichters worden in de Koran niet erg op prijs gesteld. Er is een soera  aan hen gewijd en die is niet vriendelijk.’

Adonis: ‘De ‘dwalenden’ worden ze genoemd.’

Aboutaleb: ‘Zij die in elk dal radeloos rondlopen. En nooit doen wat ze zeggen!’

Adonis: ‘Gelukkig maar!’

En als we zijn uitgelachen: ‘Wat de Arabische identiteit betreft is er ook een probleem van perceptie. Regime wordt vereenzelvigd met volk en individu, zoals ik zei. Erg vervelend voor al die Arabieren die, waar ook ter wereld, topprestaties leveren op het gebied van kunst, geneeskunde, wetenschap, architectuur, noem maar op. Alleen kunnen ze dat pas doen als ze zich op veilige afstand van de Arabische instituties bevinden, want die zijn versteend. In plaats van steeds maar weer op tirannen en op terroristen die kelen doorsnijden en vrouwen als slavinnen verkopen, zouden de schijnwerpers eens op die Arabieren moeten worden gericht. Zij zijn de moderne dwalenden. En ze zijn gelukkig talrijk.’

Ahmed Aboutaleb. Foto: Frank Ruiter (voor De Correspondent)
Ahmed Aboutaleb. Foto: Frank Ruiter (voor De Correspondent)

Schrijven? Verandering in gang zetten

Adonis vluchtte zelf voor de Arabische – in zijn geval Syrische – instituties nadat ze hem in de jaren vijftig een tijd gevangen hadden gezet wegens lidmaatschap van een verboden politieke partij. Zijn eerste dichtbundel had hij toen al gepubliceerd. De afkeer van het vrije woord is sindsdien niet minder geworden in het Midden-Oosten. Saoedi-Arabië, dat een blogger tot zweepslagen heeft veroordeeld Lees hier meer over de veroordeling van de blogger.en van plan is een Palestijnse dichter ter dood te brengen, is het schrijnendste voorbeeld.

‘Europa is veranderd, waarom zouden Arabieren niet kunnen veranderen? Niemand wordt als democraat of als fanaticus geboren’

Adonis: ‘Zowel op het religieuze als op het culturele vlak is er een probleem. Etymologisch betekent ‘schrijven’ een nieuw beeld scheppen van de wereld. Schrijven houdt dus verandering in. Maar onze religieuze tradities zijn tegen verandering. Onze profeet Mohammed ontving de ultieme boodschap van God. Na Mohammed zouden er geen profeten meer komen, hij was het zegel. Zelfs God had daarna niets meer te melden, wat hij Mohammed liet nazeggen was immers zijn laatste woord. Er is geen boodschap meer, en dus ook geen nieuwe kennis. Dat heeft ons onbewust beïnvloed.’

‘Vat dit overigens niet op als islamkritiek. Ik verzet me alleen tegen geïnstitutionaliseerd geloof, opgelegd aan een maatschappij. Een open, niet-fanatieke islamitische samenleving is voor te stellen. Europa is veranderd, waarom zouden Arabieren niet kunnen veranderen? Niemand wordt als democraat of als fanaticus geboren.’

Geloof? Dat begint waar de logische antwoorden eindigen

Aboutaleb heeft dit alles met zichtbare instemming aangehoord, maar reageert geprikkeld op de suggestie dat er een spanningsveld is tussen religie en het verdedigen van westerse waarden.

‘Luister: ik ben gelovig, maar niet dogmatisch. Ik ben moslim, humanist en democraat. Ik heb geen sjeik of imam nodig die mij vertelt hoe ik de Koran en de Hadith, de overleveringen van Mohammed, moet lezen. Ik heb mijn interpretatie en accepteer geen enkele inmenging. Een andere zienswijze zou trouwens ook tot een onleefbare situatie leiden in een stad als Rotterdam, met zijn 174 nationaliteiten. Vandaar dat ik de wij-samenleving propageer, waarin ruimte en respect is voor verschillende leefwijzen. Tegen moslims die zeggen dat hun opvatting van Gods woord de enige juiste is, zeg ik: je liegt.’

‘Waarom ik dan gelovig ben? Ik ben geen theoloog, maar het zit ongeveer zo: als ingenieur heb ik de neiging logische antwoorden op logische vragen te zoeken. Op bepaalde vragen vind ik die logische antwoorden niet. Precies daar begint het geloof. Je zegt ‘ik geloof dat,’ omdat je het antwoord niet precies weet. Het geloof geeft mij steun.’

Adonis: ‘Religie moet net als de liefde een persoonlijke zaak zijn. Ieder mens mag geloven in iets wat zijn relatie tot het onbekende en het hiernamaals in banen leidt. Het gaat mis wanneer je de islam tot verplicht onderdeel maakt van een overkoepelende politieke, sociale en culturele identiteit. Dan is er geen enkele kennis meer nodig en is dus ook elke vooruitgang uitgesloten. Immers, de goddelijke openbaringen bieden reeds alle antwoorden. Wat ons bindt in de maatschappij is niet het geloof, maar het burgerschap, het menselijk aspect.’

Aboutaleb: ‘En de vrijheid!’

Aboutaleb en Adonis. Foto: Frank Ruiter (voor De Correspondent)
Aboutaleb en Adonis. Foto: Frank Ruiter (voor De Correspondent)

De ander? Een rijkdom om te leren kennen

Het punt is gemaakt. Maar stel nou dat een politicus in de Arabische wereld de instituties trotseert, de knellende conventies aan zijn laars lapt, de persoonlijke risico’s voor lief neemt en als een Aboutaleb de menigte voorhoudt dat hij én praktiserend moslim én humanist én democraat is – zou hij dan worden begrepen? Zou hij kunnen rekenen op instemming?

Adonis: ‘Ik denk het wel. Nu wel. Wanneer je het Syrische volk nu de vrijheid geeft, zal het volgens mij voor het secularisme kiezen. Want mijn landgenoten zijn geen religieuze fanatici. Wat nog steeds niet betekent dat de politieke islam geen probleem is.’

Aboutaleb: ‘Mijn persoonlijke overtuiging is dat veel Syrische oppositiegroepen de islam gebruiken als middel om zich te organiseren en aan geld te komen. Het heeft geen diepere inhoud. De islam is alleen maar een vlag.’

‘Poëzie kan nooit een instrument zijn, net zo min als een bloem’

Adonis: ‘De religie in haar huidige, identitaire lezing vertegenwoordigt een groot politiek kapitaal. Dat wil helemaal niet zeggen dat de meeste moslims deze lezing aanhangen.’

Het wachten is dus op het moment dat het kapitaal van de islamisten is verdampt. De grootste levende Arabische dichter en de spraakmakendste moslim van Nederland, beiden opgegroeid in een diep-traditionele omgeving, beiden verbonden in een liefde voor het vrije woord, kijken er gebroederlijk naar uit.

Laatste vraag: kan poëzie de wereld veranderen?

Adonis reageert haast verontwaardigd: ‘Poëzie kan nooit een instrument zijn, net zo min als een bloem.’

Bieden zijn gedichten dan op zijn minst een dieper inzicht in grote maatschappelijke vraagstukken, zoals migratie en integratie? Aboutaleb reageert terughoudend: ‘Het werk van Adonis is literatuur. Met migratie en dergelijke heeft het in concrete zin niets te maken.

‘Tegelijkertijd is Adonis, net als ik, een migrant en dat heeft zijn werk beïnvloed. Hij ging van Syrië naar Libanon en uiteindelijk naar Parijs. Zijn dichtkunst weerspiegelt een dualiteit: zij is voor een deel Arabisch – hij schrijft ook in die taal – en voor een deel Europees. Zijn gedichten openen vensters op verschillende werelden, voeren een dialoog. Dat is zijn verhaal en ook een beetje het mijne. Vandaar dat ik niet alleen bewondering voel voor de grootheid van zijn dichterschap, maar ook een persoonlijke band.’

Het is een bekentenis die een stralende lach aan de dichter ontlokt: ‘We zijn nu al vrienden voor het leven,’ klinkt het met milde spot.

En ernstiger: ‘Dit doet nogmaals beseffen wat een rijkdom het is een ander te leren kennen. En hoe jammer het is dat onze levens daar eigenlijk niet op zijn ingesteld: op het werkelijk leren kennen van de ander. Ahmed Aboutaleb en ik hebben elkaar vele jaren geleden al eens ontmoet. En nu pas vinden we elkaar weer terug. Ach, ik weet het niet. Het leven is moeilijk.’

Dit verhaal schreven Carl Stellweg en Esseline van de Sande voor de Correspondent dd.24 januari 2016.

Geplaatst in Communicatie, cultureel erfgoed, Cultuur, Midden-Oosten, Syria | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Engel van Libanon

Wat is het geheim achter het grote succes van de Libanese zangeres Fairouz?

De Libanese legendarische zangeres Fairouz staat bekend als de ‘Engel van Libanon’. Al sinds 1997 probeerde de organisatie van het Holland festival de diva van het Arabische levenslied naar Nederland te halen. Op 27 juni 2011 is het zover. Nederlanders en Arabieren uit alle windstreken zijn getuige van deze historische gebeurtenis. Libanezen, Syriërs, Palestijnen, Egyptenaren, Jordaniërs, Tunesiërs, Marokanen. Mannen, vrouwen, paartjes en complete families. De fans uitgedost in feestelijke uitgaanskledij of in een korte broek met gymschoenen. De regie is in de handen van de diva. Mobiele telefoons en tassen worden afgegeven, waarna er gefouilleerd wordt. Onder geen beding mogen er illegaal opnames of foto’s gemaakt worden, anders kan de voorstelling stil gelegd worden.

De zaal druppelt voller en voller, er wordt druk gepraat, gezwaaid naar bekenden en ter verkoeling wapperen mensen met het felbegeerde toegangsbewijs. De officiële aanvangstijd is allang verstreken. Af en toe breekt er spontaan geklap uit. Na een uur begint het publiek diverse malen uitzinnig te joelen en applaudiseren. Ze smeken om Fairouz. ‘We komen hier niet alleen voor Fairouz, maar voor alles waar zij voor staat: onze geschiedenis en Arabische thuisland.’ Een vrouw draagt een avondjurk van de bekroonde mode ontwerper Aziz Bekkaoui. In het ontwerp is de vlag van Al Watan Al Arabie’ verwerkt. Een verwijzing naar het oude Arabië, toen alle Arabische landen een waren. ‘Mode is altijd een statement’, zegt de draagster met een knipoog.

Even later zweven bekende Arabische melodieën door de zaal. Een strijkorkest van allure, nauw op elkaar ingespeeld opent het concert. Vier zangers en vier zangeressen als achtergrondkoor, blazers, slagwerk, een accordeon, een vleugel en typisch Arabische instrumenten als de luit, fluit, Egyptische harp en slagtrommel. In het midden van het podium ligt een felrode loper. Een staande microfoon, in afwachting. Dan schrijdt de 76 jarige Fairouz in een glitterjurk plechtig achter de coulissen vandaan. Een minutendurende uitzinnige staande ovatie volgt. Dan komt de stilte waarin haar eerste klanken met ingehouden adem worden geproefd. ‘Ja haar stem is wat ouder geworden, maar het is en blijft de enige echte Fairouz.’

Fairoez is één van de populairste moetriboen, chansonnières . Vertolkers van het Arabische lied hebben een bijzondere status. De speciale term moetrib is alleen gereserveerd voor grote namen zoals de Libanese Fairouz en de Egyptische Umm Kulthoum, Abdel Halim Hafez en Abdel Wahab. Letterlijk betekent het chansonnier, vrij vertaald: een troubadour die de luisteraar met een levenslied in vervoering brengt. Fairouz verwerft haar status door een zuivere intonatie, het ritme, haar stemgebruik en door de betekenis van de poëtische liedteksten.

Het eerste deel van het concert zingt Fairouz haar nieuwere meer jazzy repertoire van de hand van haar zoon Ziad Rahbani. Na de pauze komen de oudere zo geliefde chansons en musicalliederen, zij het in verkorte vorm. Deze muziek is gecomponeerd door wijlen haar echtgenoot. Fairouz werd beroemd met musicals die indertijd voor het eerst via de televisie te zien waren en net als ‘Ja Zuster, Nee Zuster’, een groot publiek bereikten.

Het publiek in Carré raakt in een staat van vervoering: tarab. Een vergelijking met iemand die dergelijke gevoelens oproept met het Nederlandse levenslied is er niet. De liefde voor Fairouz gaat verder en dieper. De vele teksten en melodieën van Fairouz zijn met de paplepel ingegoten en vrijwel iedereen kent de liederen uit het hoofd. Af en toe verdwijnt de diva om het publiek de kans te geven om een lied mee te zingen met het orkest. Zo haalt de engel van Libanon stoom van de ketel, het publiek kan niet stil zitten maar deint, danst, zingt, klapt en roept uit: ‘Oh God, wat mooi! Fairouz dat je leven lang moge duren!’ Het Arabische publiek reageert niet alleen uit herkenning maar ook om waardering en dankbaarheid te tonen aan deze diva. Het is voelbaar dat de liederen een uitlaatklep zijn voor de Arabische hunkering naar eenheid. ‘Gekoesterd in de moederschoot’.

Voor veel Arabieren hoort de muziek van Fairouz steevast bij het dagelijkse ochtendritueel. Is het niet thuis, dan wel in de taxi, een kantoor of zelfs vanuit een schallend radiootje midden in de woestijn. De liederen van Fairouz komen voort uit een eeuwenoude Arabische muziektraditie die nauw is verbonden met het gevoelsleven, de cultuur en de geschiedenis. In het Syrische Ugarit werd een kleitablet gevonden van zo’n 3400 jaar oud. Het daarop genoteerde muziekstuk in Akkadisch spijkerschrift staat bekend als het oudste ter wereld.

Het ritme vormt in de Arabische muziek de basis voor de melodie en de poëtische teksten. Dit ritme wordt veelal bepaald door een kleine slagtrommel, een durbakeh.

De wortels van vele lyrische Arabische liedteksten liggen in de poëzie. Al voor de komst van de islam, halverwege de zevende eeuw, was het oreren van filosofische gedichten met alledaagse gezongen refreinen verheven tot kunst. De qasida, een lang verhalend gedicht, maakte een vast onderdeel uit van ceremoniën en feesten. Liedteksten gaan vaak over het geloof, vaderlandsliefde, politiek en de natuur. Soms ook over zaken waarop een taboe rust. Maar het meest bezongen onderwerp is toch wel de onbereikbare liefde en alle emoties dit dit teweeg brengt. Het woord habibi, mijn liefje, komt zonder twijfel het meest voor. Als Fairouz dan ook het bekende Saáltak Habibee zingt rollen tranen bij velen over de wangen.

Een Arabische melodie kan in Nederlandse oren zweverig of soms zelfs jankerig klinken. Dit komt omdat deze is opgebouwd uit kwarttonen daar waar een westerse melodie is gebaseerd op halve en hele tonen, zoals in de bekende toonladder ‘do-re-mi-fa-so-la-si-do’. Ook is het begrip terts van belang, dat heeft te maken met de toonafstand. In de westerse muziek bepalen grote en kleine terts het zogeheten majeur- en mineurkarakter van een muziekstuk, respectievelijk opgewekt of treurig. Maar muziek met Arabische kwarttonen klinkt net even anders. Dit komt omdat de luit in de Arabische muziek een belangrijke rol speelt. Dit instrument kent niet alleen het verschil tussen opgewekt en treurig, maar heeft zeven verschillende mineur- en majeurmogelijkheden, de zogenaamde maqamaat. Deze zeven toonkleuren voeren terug tot een anekdote uit de eerste helft van de achttiende eeuw, toen burgers in Arabië op straat aan de toon van de gebedsoproeper konden horen welke dag van de week het was. Elke dag had zijn eigen karakteristieke toonkleur. Abdel al Ghani Nabulsi, de bekende sjeich, leider van een islamitische mystieke broederschap, was hier de grondlegger van. Sinds die tijd geldt nog altijd het spreekwoord: ‘koel waqat illahoe idhan’, ‘elke tijd heeft zijn eigen melodie’.

Fairouz heeft tenminste duizend verschillende melodieën gezongen, meer dan vijftig miljoen cd’s verkocht en is geliefd bij jong en oud. De Arabieren zijn lyrisch over Fairouz. Een fan legt uit: ‘Zij zingt over mijn jeugd in het dorp. Als ik naar haar luister, naar haar pure klank, naar haar dagelijkse maar diepzinnige poëtische teksten is het net alsof ik een raam open doe en uitkijk naar een nieuwe toekomst. Haar stem maakt me gelukkig, vredig en hoopvol.’

Fairouz weet generaties te binden, lang vóór, met de komst van de Arabische lente en ook hier in Amsterdam. Het concert besluit met staande ovaties en langdurig applaus. Een laatste zwaai van Fairouz en het publiek weet al: ‘Ze komt echt niet meer terug, dat is het verschil tussen haar en alle anderen.’ Ondanks dat blijven de fans applaudiseren en volgt spontaan gezang uit volle borst. Het theater stroomt langzaam leeg. De fans flaneren langs de Amstel en in het Oosterpark, waar de voorstelling op groot scherm was te volgen. De boodschap van de Engel van Libanon over hoop, geloof en liefde verspreidt zich in het Amsterdamse stadsgewoel.

Esseline van de Sande

Dit artikel verscheen in de Groene Amsterdammer 27 juni 2011 jl.

Geplaatst in cultureel erfgoed, Cultuur | Tags: , | Een reactie plaatsen

Ik hou van mijn vak

‘Ik hou van mijn vak.’ Taissir Al Kabbani  loopt langs zijn ontwerpen op de paspoppen. Zijn handen koesteren de uiteenlopende stoffen. Er zijn wel 5500 stalen waar klanten uit kunnen kiezen voor een exclusief ontwerp op maat. Om zijn pols draagt Taissir een horloge en een spelden kussentje, om zijn nek hangt een centimeter.

Sinds hij Damascus samen met zijn gezin moest verlaten vanwege de gruwelijke oorlog grijpt Taissir alle mogelijkheden aan om zijn vak te blijven beoefenen. Eerst in Caïro waar hij zowel dames als kinderkleding ontwierp. Daarna in Beirut waar bekende ‘moetribeen‘, chansonniers en grote sterren straalden in zijn ontwerpen. Galajurken, bruidsmode, avond- en cocktailjurken vlogen als broodjes over de toonbank. Sinds zijn komst naar Nederland maakt hij kinderkostuums voor lokale toneel optredens.

Taissir had in Damascus zijn eigen atelier met tweeënvijftig werknemers. Zijn designs worden gedragen in Syrië, Libanon, Egypte en nu ook in Nederland. Zijn passie is het ontwerpen en maken van dameskleding. Trouwjurken, cocktailjurken gebloemd of rijk gedecoreerd met strass en bling bling. Maar ook klassieke ontwerpen in zwart en wit.

De ontmoeting tussen vakgenoten ontstond in de Voorburgse Herenstraat. Dit is geen toeval want de verbindingen met het Midden-Oosten in Voorburg zijn tweeduizend jaar oud en verankerd in het dna van de stad. In de Romeinse tijd was Forum Hadriani, Voorburg een belangrijke stad. Reizigers, kooplieden en handelaren reisden naar Voorburg, dat onder leiding stond van de Romeinse generaal Corbulo. De zijderoute was een drukke handelsroute. Kennis, verhalen en producten reisden heen en weer. Spinoza en Erasmus liepen door de Herenstraat samen met handelaren, geleerden en vakmensen uit het Verre- en Midden-Oosten. Ook Corbulo zelf reisde af naar het Midden-Oosten en was jarenlang Gouverneur van Syrië.

Taissir ontmoet Eva Roeland van Allure Couture. Eva heeft niet lang nodig om te zien dat ze met een vakman te maken heeft. ‘De manier waarop hij de stof vasthoudt verraadt veel van zijn talent. Wij delen een passie, en dat is vrouwen te doen stralen in een mooie jurk,’ aldus Eva. Taissir komt thuis met een naaimachine, stof en een paspop. Zijn eerste Nederlandse ontwerp is een feit en de jurk staat tijdens de pop-up bazar in 2017 in de etalage. Burgemeester Tigelaar en zijn echtgenote brengen er een bezoek.

Ter voorbereiding van de tweede pop-up bazar in de Herenstraat ontmoet Taissir Soeniel Gharieb, de eigenaar van het dan nieuw gevestigde Diya Tailors. Taissir neemt de eerder gemaakte jurk mee en tijdens het gesprek raakt Soeniel al gauw overtuigd van zijn talent. Ook het filmpje waar Taissir in luttele secondes met een lap stof en wat spelden een nieuw ontwerp op een paspop tevoorschijn tovert maakt indruk. Soeniel wil op zijn minst een paar maanden met elkaar gaan samenwerken. Taissir loopt zes maanden stage en krijgt daarna een contract aangeboden.

De winkel is een vrouwen kledinglijn rijker. Taissir werkt inmiddels ruim een jaar in het atelier van Diya Tailors, waar de blauwe loper steevast ligt uitgerold.  ‘In het begin sprak ik nog weinig Nederlands, maar door de vele contacten heb ik veel nieuwe woorden geleerd. Spelden, schaar, stof, voering. Ik wil dat Nederlanders echt begrijpen wat mijn talent is. Hier kan ik mijn passie verwezenlijken. Ik ontwerp voor klanten op maat en heb nog oneindig veel ideeën voor nieuwe ontwerpen en stoffen.’ 

Een initiatief van de De Stadscoalitie die als doel heeft nieuwe én gevestigde vakgenoten, ondernemers en talenten duurzaam met elkaar te verbinden. 

Geplaatst in ambacht, Collectivisme, cultureel erfgoed, Nederland | Tags: , | Een reactie plaatsen

Heel Holland Bakt

Gestreepte wit oranje luifels beschermen het hoekpand tegen de invallende zon. De geur van gerezen deeg en versgebakken brood komt klanten tegemoet als ze over de drempel stappen. Een heerst een sfeer van bedrijvigheid. Aan werkbanken worden koekjes ingepakt, zakken meel worden versjouwd, grote mixers en bakblikken belanden in de afwas. Iedereen is in de weer in gemoedelijke sfeer.

Rekken met bakblikken vol koekjes in speelse vormen en logo koekjes van de gemeenschapsbakker ‘Wij zijn Rotterdam”, koelen af en verspreiden een zoete geur. Boven de gootsteen een schoolbord met verschillende soorten producten in krijt: croissant, pain de campagne, logo koekjes, kaneel knopen. Brood met liefde gebakken.

‘Ik zeg overal ‘ja’ tegen,’ zegt Lisette Magis, initiatiefneemster van de Bakkerswerkplaats en sociaal architecte. ‘Ik denk vanuit overvloed, dit principe gaat uit van vertrouwen. We willen graag samenwerken. Als dat lukt komen daar mooie dingen uit, zoals bijvoorbeeld met Buytenhof en als het anders loopt is het ook ok. Waarom zou ik alles voor mezelf houden?’

Achterin voert een trap naar een mezzanine waar twee grote tafels staan. Een jongen vouwt de was. Medewerkers drinken koffie of zijn aan het werk achter de computer. Een klant belt voor een administratieve vraag. Nieuwe bestellingen worden genoteerd. Beneden in een verzonken verdieping wordt afgewassen, geveegd en staan de ovens.

‘Brood is de koning van de tafel. Iedereen heeft brood nodig. Vanuit deze noodzaak zijn we vijf jaar geleden gestart met de Bakkerswerkplaats waar we het ambacht leren aan buurtgenoten en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het is zo belangrijk om samen iets te maken. We zijn hier de hele dag bezig met een hele diverse groep werknemers om brood te bakken en producten te creëren. Als er een klant komt dan vegen we even onze handen af en helpen we graag, daarna gaan we weer verder. Ik leerde als tiener al dat je niet moet gaan zitten wachten op klanten.’

‘Het voordeel is dat ik architect ben en dus niets van brood bakken weet. De bakkers en de begeleiders hebben hun eigen ruimte. Ik werk hierin onder andere nauw samen met Pameijer die mensen eveneens benadert vanuit eigen kracht en talent. Iedereen doet hier waar hij of zij goed in is. Zo bouwen we een gemeenschap waarin mensen die tussen wal en schip vallen een kans krijgen, zich ontwikkelen en nieuwe dingen leren.’

De afgelopen jaren stroomden vijfentwintig mensen door naar een betaalde baan of opleiding. Tien MBO’ers behaalden hun examen met succes. Vijftien mensen hebben op deze manier een zinvolle dagbesteding en contracten zijn er in alle soorten en maten. Van een 0 uren contract tot full-time maar ook zzp-bakkers. Een diverse clientèle neemt de producten af, waaronder ook Feyenoord en een restaurant met Michelin ster.

‘Een van onze bakkers die hier nu fulltime werkt startte hier drie jaar geleden. Hij zat al acht jaar thuis op de bank vanwege zijn handicap beperkt zicht. Stap voor stap kreeg hij vertrouwen en verwierf vaardigheden. Vorig jaar was ons mooiste kerstcadeau dat hij hier full-time aan het werk ging.’

‘Mijn hoop is dat we nog meer verbinding in de wijk tot stand brengen, zodat de buurt hier ook in het weekend eigen baksels maakt. Afrikaans brood, Syrisch brood of Kaapse lekkernijen, alles is mogelijk. Het hoeft hier alleen maar leuk te zijn.’
Ook de oude Grieken wisten al dat vakmanschap en gemeenschap onscheidbaar zijn.

Geplaatst in Collectivisme, Communicatie, cultureel erfgoed, Economy, Nederland | Tags: | Een reactie plaatsen

We hebben je gemist…

Onderstaand artikel verscheen 24 november 2019 jl. via Joop.nl

Hijgend komt een bezorger met een pakje aan de deur, net op tijd gescand. Nu hopen dat er iemand thuis is. Helaas, niemand doet open. Dit betekent geen inkomen voor de bezorger. Het karakteristieke papiertje gaat door de brievenbus: ‘We hebben je gemist…’ Klanten interesseert het lot van de bezorgers niet, die willen alleen weten of hun pakje op tijd aan komt. De concurrentie tussen bezorgcentra is moordend.

‘Sorry we missed you’ is de nieuwste film van de Britse filmmaker Ken Loach. Niet alleen neemt Loach het hierin op voor de mensen in een zwakkere positie in de samenleving, de film is een metafoor voor de bredere dynamiek in de samenleving in Engeland maar ook hier, in Nederland en op vele plekken in de wereld.

Werknemers worden behandeld als slaven in een kapitalistisch systeem. Marktwerking is het toverwoord. Mensen met een vast contract werken zo hard dat er in veel gevallen makkelijk twee FTE op ingezet hadden kunnen worden. En voor de ‘schijnzelfstandigen’ en zzp-ers gelden minimale sociale voorwaarden. Of het nu gaat om het bezorgen van pakjes, werk in de zorg, het onderwijs, de bouw of de kunsten.

De heersende dynamiek kenmerkt zich door groeiende ongelijkheid en uitbuiting. Onder het mom van ‘even een kopje koffie drinken’ brengen ZZP’ers vele niet-declarabele uren door met mensen die wel een vast contract hebben maar geen tijd hebben om creatief na te denken. De een heeft vrijheid om te denken maar geen contract, de ander heeft zekerheid maar moet werken in een oerwoud van regels en bepalingen.

Klanten kampen met ondermaatse service. Ouderen kunnen niet naar therapie want er zijn te weinig verpleegsters, scholen gaan dicht vanwege gebrek aan leraren, veel bouwprojecten liggen stil en huisartsen in achterstandswijken bevinden zich in situaties die objectief gemeten soms slechter zijn dan die in ontwikkelingslanden. Overal blijft belangrijk werk liggen, is de werkdruk te hoog en staat de politiek-bureaucratische mentaliteit behoorlijke beloning voor gewaardeerde diensten in de weg.

We hebben je gemist Mark Rutte, als morele leider. Neem de kwestie Zwarte Piet. De landelijke koers is geen Zwarte Piet, een verhaal in lijn met de uitspraken van de VN. Maar de premier zwijgt en geeft daarmee ruimte aan extremisten die zich hierdoor gesteund voelen om minderheden aan te vallen. Dit krijg je als je het ‘gezellig’ probeert te houden, schrijft Heleen Schols in haar recente proefschrift over Zwarte Piet, racisme en de dynamiek erachter: ‘Keeping things gezellig.’

We hebben jullie gemist, kabinetsleden, om besluiten te nemen die deugen. Dertig jaar geleden verscheen het 1e rapport over de stikstof kwestie. Nog steeds is er niets gebeurd. Behalve dat het fenomeen van naam veranderde van zure regen in mestoverschot en dan nu in stikstofcrisis. We misten veertig (!) jaar lang een politiek die durfde om een wissel om te zetten. Nu liggen 19.000 bouwprojecten stil en staat het water de sector aan de lippen, de werknemers en de natuur dragen opnieuw het risico.

We hebben je gemist burgers om te merken dat er zo weinig inlevingsvermogen is bij zoveel discriminatie en ongelijkheid. Het boek van Rutger Bregman staat nog altijd in de boeken top 10: ‘De meeste mensen deugen.’ Burgers werken hard om de eindjes aan elkaar te knopen. Binnen ieders bereik ligt de oefening om elkaar te blijven verstaan, het gesprek aan te gaan ook als je het niet met elkaar eens bent. Het is de kern van het polderen en daarmee een opdracht aan een ieder.

Wat we echt hebben gemist? Het luisteren naar elkaar en het durven sturen op een moreel kompas. Afgelopen jaren werkte ik in stad en ommeland en ontdekte dat plekken waar je kan luisteren buiten je eigen kring hierin cruciaal zijn. Verhalenhuizen bieden deze informele ruimte. Fysieke ontmoetingsplekken zoals het Rotterdamse Verhalenhuis Belvédère, de Lochemse Aandachtschenkerij of Places of Hope in Leeuwarden. Plaatsen van gelijkwaardige ontmoeting waar ieders verhaal een podium krijgt.

Verhalenhuizen zorgden in de 17e eeuw in het Midden-Oosten al voor onderling begrip en cohesie. Politieke leiders kwamen er regelmatig om burgers van alle achtergronden en leeftijden te ontmoeten. Ze financierden deze plekken die van onschatbare waarde waren en bestuurlijk inzicht gaven in wat er leefde in de samenleving. Verhalenhuizen zijn een vrijplaats en transformeren gevoelens van onbehagen door simpelweg samen tijd doorbrengen, verhalen delen en luisteren.

Laten we onze samenleving weer met elkaar ter hand nemen. In plaats van passief toekijken hoe een ‘hedgefonds’ onze kernwaarden in de verkoop zet en ons berooft van wat er werkelijk toe doet. Het lot van de pakjesbezorger als metafoor voor onze eigen ratrace, als burger of politicus.

Esseline is auteur van het Essay: Verhalenhuis als Vrijplaats, woonde en werkte vele jaren als adviseur in het Midden-Oosten (Syrië en Jordanië)

Geplaatst in Collectivisme, Communicatie, cultureel erfgoed, Dialogue, Nederland | Tags: | Een reactie plaatsen

Horen, zien en zwijgen

Een man tikt met zijn stok op het trottoir. Hij loopt met vastberaden tred. Ik zie hem vaak voorbij gaan. Op een dag lopen we elkaar in het halfdonker op straat tegen het lijf. De man legt zijn hand op mijn arm en zegt: ‘Bent u de pianiste?’ Verrast vinden we elkaar en spelen vanaf dat moment wekelijks samen. Viool- en piano duetten van Schubert, Bach en Fauré.

Frits kent honderden muziekstukken uit het hoofd. Hij weet de weg op zijn viool als een padvinder in het bos. ‘Van de ene op de andere dag kreeg ik te maken met blindheid.’ De viool wijkt al die jaren niet van zijn zijde. Muziek wijst hem de weg in de vele ensembles waarmee hij samen musiceert.

Frits is kritisch luisteraar. Intonatie, spel en tempo worden onderworpen aan een kwaliteitstoets. Hij studeerde enige tijd aan het Conservatorium en gaf ook jarenlang als docent vele generaties inzicht in het domein van de wis- en natuurkunde.

Het leven van Frits neemt opnieuw een onverwachte wending. Van het ene op het andere moment belandt hij in een verpleeghuis. Een hersenbloeding verlamt zijn linkerarm en -been. Zijn geheugen blijft kraakhelder. Ook al raakt het vioolspelen tot zijn groot verdriet uit het zicht, Frits omringt zich met muziek. Zijn vriendenschaar organiseert vele concerten in het verpleeghuis, voor Frits en alle andere bewoners.

Ondertussen heeft Frits al die tijd maar één doel, hij wil zo snel mogelijk naar huis. Wegens ruimtegebrek kan hij slechts twee keer per week tien minuten oefenen met lopen op de brug. De tegenslagen maken zijn wil sterker en sterker en hij dringt er bij de leiding op aan dat hij vaker wil trainen. Nog steeds gaat het lopen vooruit, dat geeft hem moed. Na lang aandringen krijgt Frits twee keer per week extra oefenruimte. Alleen de leiding geeft de verpleegsters die hem graag naar boven zouden brengen hier geen toestemming voor. Er is geen tijd.

Frits laat zich niet stoppen. Op de tast vindt hij zittend in zijn rolstoel zijn weg naar de hal. Het kost hem zeker een half uur. ‘Daar blijf ik net zolang voor de lift staan wachten tot er iemand komt die mij naar bovenbrengt…’

Geplaatst in compassion, Cultuur, Dialogue, Nederland | Tags: | 2 reacties

Wezenlijke Ontmoeting

Kolkende golven verslikken zich in wie vlucht
Rimpelingen in het zand
Licht en schaduw
Pauze
Hemels Gewelf
Hersenspinsels
Windspel
Deltawerken
Schuim
16u Zeepier Bruno van den Elshout in actie
Foto van Bruno van den Elshout ontmoeting 54

Bovenstaand zelfportret maakte ik onder leiding van Bruno van den Elshout, kunstenaar en fotograaf als bezegeling van de voor hem 54e wezenlijke ontmoeting, exact om 16u op de Scheveningse zuidelijke havenpier. De andere beelden geven een kleine impressie van wat ik meemaakte tijdens deze wezenlijke ontmoeting. Een ontmoeting ongeacht het weer. ‘Whatever the weather,’ zoals Bruno dat noemt. Onze ontmoeting is de 54e ontmoeting van de totaal 144 ontmoetingen waaraan Bruno zijn toewijding geeft in 2018.

De wezenlijke ontmoeting? Een hele dag op pad zonder specifiek plan, opgaand in de tijd en de elementen. Een dag spenderen in de ruimte van een van de prachtigste plekken die Den Haag rijk is, het Zuiderstrand. Een goede vriendin wijst me op deze kans. De aanleiding voor mij om hieraan mee te doen is dat het thema ‘ontmoetingen’ al lange tijd een belangrijke rol inneemt in mijn leven en werk. Benieuwd naar hoe Bruno met zijn onderzoek naar de wezenlijke ontmoeting een nieuw licht laat schijnen ontdek ik de nieuwe dimensie die de lengte van de ontmoeting aanbrengt en dat belangrijke fenomenen in leven en werk zich van nature presenteren. De zekere onvoorwaardelijkheid en toewijding vormen een andere ontmoetingsbasis. Het bewegen in de natuur verdiept en verbindt. Nog voel ik de koude wind op mijn wangen en warme zonnestralen op mijn lijf. De intensiteit van het buiten zijn, de indrukken aan zee, in de duinen en de vrije ruimte. Onverdeelde aandacht en gedeelde leef tijd. De dagen erna voel ik me opgeladen en energiek. Tot op de dag van vandaag voel ik de invloed van deze dag, wezenlijke aandacht. #mijnnatuurblijft

Het boek van Bruno’s 144 wezenlijke ontmoetingen is in de maak. Nieuwsgierig? Over het hoe en waarom van de wezenlijke ontmoeting vind je inspiratie via de website van Bruno: http://www.whatevertheweather.nl/inspiration

Geplaatst in Communicatie, Dialogue, Nederland | Tags: , , | Een reactie plaatsen