Het wachten is op de Europese lente

Gepubliceerd via Joop.nl d.d. 3 juni 2020

In Europese steden wordt geprotesteerd uit verontwaardiging wegens de weerzinwekkende moord op George Floyd. Toch is het tamelijk gratuit als soortgelijke misstanden op ons eigen continent en onder onze eigen politieke verantwoordelijkheid voorkomen. Bestuurders lijken geen gevoel te hebben voor de onvrede die ook hier smeult over structureel politiegeweld. Dat blijkt uit de onverwacht hoge opkomst bij verschillende demonstraties in het land. Het debat richt zich op de nalatige handhaving van 1,5 meter én op de positie van de Amsterdamse burgemeester. Veel urgenter is dat de overheid niet op de radar heeft hoe dit sentiment ook hier leeft.

Samenlevingen worden verrast lijkt het. Nu de opstanden in Amerika en eerder in de Arabische wereld. Is een Europese lente denkbaar? Een opstand onder delen van de Europese bevolking, die plotsklaps tot stand komt na een onvoorzien incident.

De moord op George Floyd bleek het lont in het kruitvat van het ‘land of the free and home of the brave’. George Floyd, een man in nood, werkloos door de coronacrisis, werd op sadistische wijze vermoord door zes agenten. Het toont een bruut systeem van consequente vernedering en ongelijkheid. Een systeem dat al door Martin Luther King werd benoemd en veroordeeld: ‘Als we een onrechtvaardig systeem passief accepteren, worden we allemaal deelnemers van het kwaad.’

De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra zit bij Op 1. Het zijn juist de dingen die hij niet zegt die de kijker naar adem doen happen. ‘Dit had nooit mogen gebeuren, dit hoort niet thuis in een democratie.’ Maar de ambassadeur zegt niets van dit alles, keurt daarmee het gebeurde goed en moedigt zo geweld tussen de regels door aan. ‘Silence is violence’ scanderen demonstranten op het Malieveld. Stilte juist van ‘witte’ burgers steekt, immers wie zwijgt stemt toe.

Knielen op het Malieveld als vreedzaam verzet tegen politiegeweld 2 juni 2020

Wat doe je als burger als gezaghebbers normaal vinden wat niet normaal is? De Arabische Lente laat zien wat kan gebeuren. In Tunesië stak Mohammed Bouazizi zichzelf in brand. Als groentestalhouder jarenlang vernederd door de overheid en geslagen door de politie. De vernedering dreef hem tot zijn wanhoopsdaad. Het markeerde het begin van rellen die leidden tot de Arabische lente. Zoals de Amerikaanse journalist Thomas Friedman al zei, vernedering is een van de meest onderschatte politieke krachten.

In Nederland lijken we het altijd beter te weten voor andere landen. De beste stuurlui staan aan wal. Is het niet tijd om eens te kijken wat er onder onze politieke verantwoordelijkheid gebeurt? Ook in Europa voelt een grote groep burgers zich uitgesloten. Niet voor niets kreeg de Franse film Les Misérables van regisseur Ladj Ly veel aandacht in de pers en filmprijzen. Een noodkreet over de situatie van armoede, vernedering en ongelijkheid. We komen een film als Les Misérables in de veilige (thuis)bioscoop wel onder ogen, maar doen niets aan de structurele situatie die voor velen in de voorsteden van Europa bittere realiteit is.

Dit geldt ook aan de randen van Europa. Vluchtelingen in nood zijn de slachtoffers van onze besluiten. De Griekse politie ontvoert vluchtelingen. In Kroatië verft de politie rode kruizen op kaalgeschoren hoofden van vluchtelingen. Dossiers worden systematisch niet behandeld, kampen zijn onveilig en onleefbaar. De situatie is uitzichtloos. Ook de Nederlandse regering houdt zich niet aan de getekende verdragen en weigert vandaag opnieuw haar aandeel: 500 kinderen.
Dit vreet aan onze medemenselijkheid en aan de Europese solidariteit.

Zullen we eens nadenken wat onze eigen samenleving mogelijk te wachten staat? In ons eigen land voelt een steeds grotere groep burgers zich uitgesloten en ongelijk behandeld. Het is niet ondenkbaar dat ook hier ‘zomaar’, vanuit gebrek aan representatie én structurele vernedering een grote beweging kan ontstaan.
Denk aan het etnisch profileren bij de Belastingdienst, de honderdste afgewezen sollicitatiebrief van Fatima, de ontkenning van Zwarte Piet als racisme, of de administratieve lockdown waarin asielzoekers en statushouders jarenlang ronddwalen. De consequente overkill aan ‘witte’ experts tijdens de coronacrisis laat weer eens zien hoe het systeem van uitsluiting nog steeds werkt.

Het Amerikaanse congreslid Alexandria Ocasio-Cortez merkt op: ‘Als je het alleen hebt over een voorval zonder het te hebben over de condities die het veroorzaken, dan ben je hypocriet.’
Het is van groot belang om onze systemen én handelen telkens kritisch te bekijken. Laten we samen de spiraal van ongelijkheid, vernedering en racisme doorbreken. Ook hier kan zomaar de Europese lente aanbreken, uit het ‘niets’.

Geplaatst in Collectivisme, compassion, Discriminatie, Midden-Oosten, Nederland, Stereotypes | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Zijn is meer dan doen

Verkorte versie gepubliceerd in Sociale Vraagstukken d.d.27 april 2020

Wij zijn zonder kompas de nieuwe eeuw ingegaan. Al in de eerste maanden hebben zich verontrustende gebeurtenissen voorgedaan die doen vermoeden dat de wereld ernstig ontregeld is, op verschillende vlakken tegelijkertijd: er is sprake van een individuele ontregeling, een financiële ontregeling, een klimatologische ontregeling, een geopolitieke ontregeling en een ethische ontregeling.”
Zo begint de Frans-Libanese schrijver Amin Maalouf zijn boek ‘De ontregeling van de wereld’ dat verscheen in 2009. Lang voor de pandemie was er al het nodige aan de hand in de wereld en riepen bezorgde burgers, ondernemers en wetenschappers op om overstag te gaan en een duurzame koers te varen. Nu heeft de ontregeling een enorme impact, zowel in het onzichtbaar microscopisch klein als in het overweldigende globale groot en alles daar tussenin. In het omgaan met de pandemie manifesteren zich opnieuw grote verschillen tussen arm en rijk. Alles wat vanzelfsprekend leek is dat niet meer.

Interdependentie
We zijn wereldwijd tot stilstand gekomen. Er was nood en dood voor nodig om ons wakker te schudden, vooral in het westen. Het is dan ook vooral ons wereldbeeld dat aan gruzelementen is gegaan. In andere delen van de wereld zoals in Afrika, Zuid-Amerika of het Midden-Oosten waren ziekten, dood, oorlog en verderf altijd dichtbij. Bij ons was dit alles uit het collectieve bewustzijn verdwenen. Over een periode van dertig, veertig jaar is het beeld veranderd. Schiphol was voor een steeds grotere groep de poort naar het vakantiegeluk. Onze kleding kwam van ver, de mondkapjes helaas ook. En nu is het besef van de risico’s weer terug.

‘Wie niet luisteren wil moet maar voelen’ is een Nederlands gezegde. We zijn collectief gedwongen weer te luisteren. Of het nu is naar een regering die maatregelen afkondigt, of dat we handelen volgens nieuwe voorschriften in de voorste linies van de crisis, na moeten denken over de consequenties die deze nieuwe situatie brengt of dat we geconfronteerd worden met een nieuwe innerlijke dialoog. Corona raakt iedereen. Grote én kleine offers worden gebracht, overal. Banen staan op de tocht. Mensen moeten hartverscheurend afscheid nemen van geliefden op afstand, vaak zonder ritueel. Voor velen is eenzaamheid nu een voelbare bedreiging.
Een positieve kant kan wellicht zijn dat het bewustzijn van de samenhang der dingen groeit. Oftewel zoals Sylvia van der Bunt, expert op het gebied van dienend leiderschap eerder zei: ‘We zitten met elastiek aan elkaar vast.’ Juist nu we afstand moeten houden wordt de onderlinge samenhang duidelijker dan ooit.

Afstand schept liefde
De afstand die we noodgedwongen moeten nemen leidt er paradoxaal genoeg ook toe dat we zaken leren appreciëren die we voorheen voor lief namen. Ouders merken hoe intensief het is om hun kleine kinderen de hele dag te begeleiden en daarnaast te werken. Van de weeromstuit is er opeens respect voor de docenten die hun kinderen iedere dag weer proberen te onderwijzen. Docenten schakelden in één weekend (!) noodgedwongen over op digitaal lesgeven, worstelen onder druk met techniek in lege lokalen maar missen het directe contact met leerlingen, en kinderen met hen en met hun medeleerlingen. Bezoekjes en feestjes zijn afgeschaft. Familieleden, collega’s en vrienden worden gemist.

‘Huidhonger’ en ‘aanraakgemis’ zijn nieuwe woorden die iedereen begrijpt. Ouderen voelen zich geïsoleerd en merken hoezeer die vanzelfsprekende bezoekjes van belang zijn, ook hier groeit waardering. En de jarenlang onderbetaalde beroepen blijken nu opeens vitaal en onmisbaar. Mensen die altijd al in de schaduw van het leven zorgden dat alles op rolletjes liep, draaien nu overuren en worden eindelijk eens gezien, zij het dat ze nog steeds worden onderbetaald. Mensen klappen in de straat, en gemeenten hebben in allerijl posters geprint waarop door de hele stad het zorgpersoneel wordt bedankt: ‘Helden in het wit.’ Kranten drukken posters die bezorgers bedanken of ouderen een hart onder de riem willen steken. Creativiteit alom.

Solidariteit en egoïsme
Zou er ook iets moois uit deze ontregeling kunnen groeien? We willen het zo graag. Inderdaad ontstaan er in reactie op de nieuwe situatie allerlei initiatieven vanuit solidariteit. Mensen doen boodschappen voor elkaar. Theatermakers improviseren en treden op voor bewoners in flatgebouwen. Woorden als ‘steun’ en ‘we doen het samen’ bepalen nu even het beleid. Een discours dat decennia lang vooral werd geleid door hele andere termen; ‘winst’, ‘kosten’, ‘marktdenken’ en vooral ‘efficiency’. Het moet toch enig vertrouwen geven dat er in tijden waarin de nood aan de man is ruimte blijkt voor urgente zaken die voorheen onmogelijk leken. De kwetsbaarheid van de mondiale wereld maar ook van ons als mens en medemens is zichtbaar en voelbaar. Solidariteit is het antwoord. Delen is het nieuwe hebben.

Is dit het begin van een nieuwe beweging? Van mij naar wij? Van markteconomie naar betekeniseconomie? Met goede vergoedingen voor de mensen die het vaak onzichtbare maar toch vitale werk doen; de leraren, de verpleegsters, de schoonmakers? Er zijn helaas nog meer dan genoeg voorbeelden die haaks staan op solidariteit. Denk alleen maar aan de jarenlange beloofde herverdeling van de vluchtelingen in Lesbos onder de lidstaten of het gebrek aan Nederlandse solidariteit naar Italië; verkeerd begrepen eigenbelang. Niet voor niets sprak Maalouf al in 2009 van een ethische ontregeling. We hebben nieuwe waarden nodig om ons kompas op te herijken. En die waarden kunnen alleen worden geformuleerd door anderen. Bijna geen toeval dat het wereldwijd in de meeste gevallen vrouwen zijn die als dienende leiders solidaire besluiten nemen. Leiderschap op basis van het morele besef we doen het samen en zo bereiken we meer.

Handmade by Alex Peters

Zachtheid en tijd
Er zijn tekenen van een verandering. In de openbare ruimte valt op hoezeer mensen rekening houden, een zekere discipline ontwikkelen. Op straat, in winkels en in parken of aan zee. Mensen staan in de rij. Er is een zachte interactie die kan ontroeren. Mensen groeten met een knikje of glimlach. Ze zien elkaar meer dan ooit lijkt het soms. Nu de druk van de 24-uurs economie is weggevallen ontstaat er een luwte. Veel mensen ervaren meer tijd, weten soms niet precies meer welke dag het is. Kinderen spelen op straat, de jaren vijftig lijken te herleven met oude spelletjes; springtouwen, elastieken en een fantasiewereld in stoepkrijt. Mensen zitten in hun deuropening met een kop thee of nemen op afstand tijd voor een praatje met toevallige voorbijgangers.

Kraamvisites worden raamvisites. Er wordt geborreld op het balkon waar buren elkaar soms voor het eerst ontmoeten. Beeldbellen in de zorg gaat met vallen en op staan. Ook verandert het besef van plaats. Werken en privé lopen in elkaar over. Vrije dagen, vakantie en werkdagen spelen zich veelal af in dezelfde ruimte. De tijd die ons toevalt geeft ook ruimte voor zachtheid en reflectie. Hoewel dit zeker niet overal geldt. Een agente in het park laat zich ontvallen dat hoewel de georganiseerde misdaad praktisch is stil gevallen, daar waar mensen bovenop elkaar zitten juist ook de nodige problemen ontstaan. Bezoeken afleggen vanwege huiselijk geweld is voor haar aan de orde van de dag.

Zijn of doen?
In deze tijd van ontregeling zien we misschien ook de eerste tekenen van een nieuwe tijd. Maar alleen als we die nieuwe tekenen waarderen groeien ze misschien uit tot waarden van morgen. Het feit dat alles gedwongen stilstaat werpt een ieder ook terug op zichzelf. Natuurlijk is dit een tussenfase, een ‘liminale’ tussenruimte waarvan niemand weet hoe lang het gaat duren en wat het betekent. Maar wellicht pakken we het op, wellicht realiseren we ons dat we onszelf ook in de weg zaten met onze doenerigheid. Want ‘zijn’ is meer dan ‘doen’.

Opmerkelijk genoeg zijn het juist de nieuwe Syrische buren die ons aan het bestaan van een andere omgang herinneren: ‘We hebben voor het eerst het gevoel dat we echt contact met onze Nederlandse buren hebben.’ Niet toevallig, in ‘zijnsculturen’ zoals bijvoorbeeld in het Midden-Oosten of Afrika is er tijd in overvloed, je identiteit wordt bepaald door wie je bent. In de ‘doenculturen’ zoals in Nederland is tijd schaars en dus kostbaar. Dit zorgt ervoor dat processen veelal geleid worden door haast. Resultaten moeten snel geboekt en wat je doet bepaalt je identiteit. Die doenerigheid is nu als een kaartenhuis in elkaar gezakt. Existentiële vragen, zorgen en angsten drijven boven. Vragen als: Wat betekent deze situatie voor mij? Wie ben ik in deze situatie? Sommigen ervaren deze tussentijd als opluchting. Het kon immers zo niet verder, eindelijk kunnen we weer ademen en voelen. Anderen willen zo snel mogelijk terug naar het oude bekende of zijn angstig voor wat nog gaat komen.

Luisteren biedt een cruciaal anker
Dit is niet de tijd van de grote antwoorden. Dit is de tijd van de betekenisvolle onzekerheid. Een tussenfase, die we goed door moeten komen, zonder teveel angst en zonder neurosen. Dan biedt luisteren een cruciaal anker. Het luisteren naar innerlijke vragen, het luisteren en inspelen op vragen in ieders omgeving dichtbij of verder weg.
Dit geeft richting en vorm aan de dagen. Het wakker zijn als bron van helderheid om vragen te beantwoorden als: Wat is werkelijk belangrijk voor mij? Wie horen bij mij? Welke dingen heb ik laten liggen en verdienen aandacht? Zo kunnen we ons wellicht overgeven aan de onzekerheid als enige zekerheid die elke dag opnieuw brengt.

Esseline van de Sande is sociaal- en organisatiepsycholoog en werkt als onafhankelijk adviseur op het terrein van communicatie, interculturele diversiteit en talent-ontwikkeling. Ze publiceerde eerder Ontmoetingen met Syriërs e.a. (2016), Verhalenhuis als vrijplaats (2018).

Geplaatst in Communicatie, Cultuur, Midden-Oosten | Tags: , , , | 2 reacties

Dit is de tijd voor de sociale onderneming

Verkorte versie gepubliceerd in Het Financieel Dagblad d.d.11 april 2020 door Lisette Magis, voorzitter Wij Zijn Rotterdam & Esseline van de Sande, organisatiepsychoog.

De economische crisis maakt dat we afstevenen op een nieuwe tijd. We moeten meer bereiken met minder. Dit biedt ook kansen, bijvoorbeeld voor sociale ondernemingen, die in staat zijn met lagere kosten en betere resultaten mensen weer duurzaam aan het werk te krijgen.

Yoran de Bruin in de Bakkerswerkplaats Rotterdam
Yoran de Bruin in de Bakkerswerkplaats Rotterdam Foto: Christiaan Krouwels

Sociale ondernemingen helpen burgers die vaak langdurig buiten de boot vallen aan werk. Succesvolle voorbeelden vind je door het hele land, zoals Wij Zijn Rotterdam, het Maastrichtse Athos, of de Utrechtse Colour Kitchen Academy.

‘New Faces’, ook zo’n succesvoorbeeld startte in Leeuwarden en werkt nu landelijk. Via het VSBfonds ontving zij voor 2019 en 2020 een budget van €30.000. ‘Alleen al in 2019 werkten meer dan 1000 nieuwkomers mee aan festivals, van betaalde banen tot artiesten en vrijwilligerswerk’, aldus oprichter Hooman Nassimi. Met als resultaten dat nieuwkomers de taal leren, hun sociaal en professioneel netwerk ontwikkelen, hun ondernemerskwaliteiten ontwikkelen en bijvoorbeeld kans zien om een cateringbedrijf op te richten dat nieuwe werkgelegenheid creëert. De bemiddelingskosten bedragen omgerekend €30 per persoon.

Vakmanschap
Nog een voorbeeld. Bakker Yoran de Bruin zat acht jaar thuis op de bank vanwege zijn beperkte gezichtsvermogen. De Bakkerswerkplaats investeerde €32.000 in opleiding, €26.500 aan salaris en ontving €10.000 voor job-coaching van het UWV (Wajong). De netto besparing €17.000 (in drie jaar) is gunstig voor de overheid. Yoran werkt nu fulltime, betaalt belasting, ontwikkelt vakmanschap, trots en zelfvertrouwen.

In feite weerspiegelt zich in de sociale ondernemingen de kracht van wat vroeger het ‘ambacht’ heette. De Amerikaanse socioloog Richard Sennett wees er al eerder op hoe ambachten gemeenschap en vakmanschap met elkaar verbinden. ‘Vakmanschap staat voor een duurzame, basale menselijke drijfveer, het verlangen om werk goed uit te voeren omwille van het werk zelf, niet vanwege het instrumentele.’ Ambachtelijke werkwijzen bouwen aan de economie, het individuele en collectieve welzijn tegelijk. Met die mentaliteit kunnen we ook mensen veel beter naar werk bemiddelen.

Ook de Maastrichtse onderneming Athos maakt het waar. ‘Onze prijs per plek ligt minimaal 20% lager dan de reguliere tarieven, los van indirecte kosten die we besparen (o.a. minder bureaucratische handelingen). Ons model is kostendekkend en schaalbaar, we brengen mensen, activiteiten en middelen samen op basis van vragen die er liggen,’ aldus Anita Bastiaans.

Vergelijk bovenstaande voorbeelden eens met de reguliere maatschappelijke kosten voor een langdurig werkloze. In de gemeente Rotterdam is de groep die langdurig (langer dan vijf jaar) in de bijstand het grootst. Dit zijn maar liefst 60% (20.000) van het totaal aantal bijstandsgerechtigden. Een persoon in de bijstand kost de gemeenschap circa €17.000 per jaar, bestaande uit €14.000 voor de uitkering en €2.900 handelingskosten bij de gemeente. Deze kosten keren jaarlijks terug, de lange termijnkosten voor extra zorg-, participatie- en re-integratietrajecten komen hier nog bovenop.

Exorbitante bedragen
Maar de gemeenten laten arbeidsbemiddeling vaak over aan de markt. Commerciële bemiddelaars brengen exorbitante tarieven in rekening. Young Capital Next of Dosign bemiddelen gewilde hoogopgeleiden onder de nieuwkomers voor € 7.000 per maand. De werknemer ontvangt € 2.400. Na loonheffing is dit €35.200 op jaarbasis waarvan 8% opleidingsbudget. ‘Arbeidsbemiddeling’ is een kil product. De intermediair verdient, maar de bemiddelde voelt zich vooral gebruikt. Dit ondermijnt de sociale solidariteit.

‘Beleidsambtenaren houden intussen krampachtig vast aan inkoopprocedures. Het geld blijft steken in dure systemen zonder eigenaar.’

De reguliere weg is bovendien niet effectief. Bij de overheid verloopt arbeidsbemiddeling via ‘webportals’. Mensen met een beperking, of mensen uit andere culturen, lopen vaak al snel vast in zo’n digitale omgeving. Daarbij zijn gemeentelijke procedures veelal traag en kostbaar. Dossiers gaan van hand tot hand en keer op keer worden nieuwe consulenten ingehuurd. Bovendien hanteren gemeenten vaak een rigide idee van ‘startkwalificatie. Als iemand de taal niet goed spreekt worden lagere inschattingen van vaardigheden gemaakt. Zo belandt talent en dus kapitaal in ‘het granieten bestand’ en is iemand al gauw ‘onbemiddelbaar’.
Beleidsambtenaren houden intussen krampachtig vast aan inkoopprocedures. Het geld blijft steken in dure systemen zonder eigenaar. Zoals in Leeuwarden het systeem TIPS, dat €520.000 kostte, of ‘Hallo Werk’ in Rotterdam en Den Haag. Uitgangspunt is hier weer de individuele zelfredzaamheid, die niet aansluit bij de doelgroepen.

Ontsluiten van talent
De sociale ondernemingen zijn hiervoor niet alleen een goedkoper alternatief. Ze zijn ook effectiever en bereiken duurzamer resultaat. Bovendien ontsluiten ze talent dat verstopt zit in de bestanden van gemeenten, talent waar het MKB hard naar op zoek is. Het MKB levert een forse bijdrage aan de economie. In 2016 waren al deze midden- en kleinbedrijven samen goed voor 72% van de werkgelegenheid en leverden 62% van de toegevoegde waarde (bijdrage BBP) in het Nederlandse bedrijfsleven. Tegelijk heeft het MKB grote moeite nieuwe werknemers te vinden. Zo vliegt een bedrijf in de Randstad dertig man-vrouw personeel uit Portugal in omdat het lokale werkgeversservicepunt niet levert.

Menselijke maat & gezondheid
Willen we de samenleving beter laten draaien dan moet de menselijke maat weer terug. Sociale ondernemingen gaan uit van samen dingen maken als weg naar gedeeld geluk. Leer een ambacht. Van leerling, gezel naar meester. Dit gaat uit van een actieve benadering van samenwerking tussen hart, hoofd en handen. Zelfstandig betaald werk draagt zelfs significant bij aan geluk, leid tot fysieke én psychische gezondheid bevestigt recent onderzoek. Eigenaarschap en maatwerk zijn sleutelwaarden.
Juist deze ingrediënten zijn van groot belang in het tijdperk dat voor ons ligt, waarin alle focus ligt op economisch herstel. Juist nu moeten we werken aan een meer betrokken en gezonde samenleving. Het gevaar dreigt immers dat kwetsbare groepen buiten de boot gaan vallen, met alle kosten voor de maatschappij die hiervan op korte en lange termijn het gevolg zullen zijn.

Investeren
Dat maakt de sociale onderneming een eigentijds onderdeel van de nieuwe economie, ze leidt mensen niet alleen naar werk maar bouwt tegelijk een duurzame inclusieve gemeenschap. Volop reden om deze sector beter financieel te ondersteunen. Bezuinigingen kunnen beter worden gezocht bij de steriele diensten van de commerciële aanbieders en de afstandelijke gemeentelijke vernieuwingsinitiatieven.

Sociale ondernemingen staan voor maatwerk. Het is de weg vooruit. Een gezonde, inclusieve en aantrekkelijke samenleving bouwen we niet alleen, maar samen.

Lisette Magis is voorzitter stichting Wij Zijn Rotterdam
Esseline van de Sande is organisatiepsycholoog van adviespraktijk The Room of Listening

Geplaatst in ambacht, Collectivisme, Duurzaamheid, Economy, Sustainability | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Verhalenhuis als vrijplaats

Er is ruimte voor reflectie in deze tijd, een kans op herwaardering van ruimte en de noodzaak om verhalen te delen. Verhalen hebben een vrijplaats nodig. Ontmoetingen gaan over het delen van ruimte en intimiteit. Een verhaal delen lukt het beste in een ruimte die geborgenheid, respect en gelijkwaardigheid biedt. De vraag is alleen waar vind je die ruimte?

Al Rewaq Jubileum 25e editie Verhalenhuis Belvédère foto-credits: Joop Reijngoud
vrnl. Bader Atem, Adnan Aloada, Esseline van de Sande
op de achtergrond het Al Rewaq koekje gemaakt door Bakkerswerkplaats Wij Zijn Rotterdam

Op zondag 9 februari 2020 vond in het Verhalenhuis Belvédère de 25e editie van de Al Rewaq plaats. De plek die Adnan Alaoda, dichter en scenarioschrijver, bouwt om ruimte te geven aan de ontmoeting en het Syrische verhaal van diversiteit en beschaving heet Al Rewaq, letterlijk ‘steegje’ of ‘doorgang’. Een spreekwoordelijk huis dat Adnan telkens weer creëert of hij nu in Dubai of in Verhalenhuis Belvédère in Rotterdam is.

Oorspronkelijk is Al Rewaq een term uit de architectuur. Een ruimtelijke opzet waarbij je via een gang uitkomt op een besloten binnenplaats met een fontein die is verbonden met de open lucht. Maar binnen het gebouw is het een plek waar mensen elkaar ontmoeten en uitwisseling ontstaat. In de Al Rewaq is ruimte voor uiteenlopende kunstvormen, muziek, film, gedichten en verhalen. Een spontaan gesprek of discussie. Voorbereid, maar liefst ook onvoorbereid. Adnan is de creator, de vader van Al Rewaq.

De behoefte om verhalen te delen, dromen en hoop is universeel. Alleen is vrije nog niet ingevulde ruimte lastig te vinden in ons georganiseerde land. Nederland festival, theater en debatland dat wel, alleen programma’s worden al maanden te voren vastgelegd. Draaiboeken en structuur liggen klaar. Ook bezoekers zijn gewend aan duidelijkheid. Het programmaboekje wordt voor klanttevredenheid volgens verwachting afgewerkt.

Dit leidt er soms toe dat het levendige uit voorstellingen verdwijnt. De ruimte ontbreekt om te verrassen, vrij te ademen, in te spelen op het moment. Dit legt een druk op de artiesten op het podium maar ook op de organisatie. In veel gevallen moet het precies volgens het draaiboek verlopen. Theatrale orkestratie kan voorstellingen ook optillen naar een hoger niveau. Alleen hoe blijft het spel levend en verloopt het soepel tegelijk?

Verhalenhuis Belvédère in Rotterdam geeft ruimte aan ontmoeting met de ander, het andere, ruimte voor het delen van verhalen. Een zorgvuldig toegewijde opgebouwde plek en werkwijze. De vorm varieert. Verhalen en luistervoorstellingen, portretten, foto- en kunsttentoonstellingen, programma’s in de Volkskeuken waar verhalen een podium vinden en bezoekers kunnen delen in het immateriële erfgoed.

Het geven van aandacht aan levensverhalen biedt troost en inspiratie. Mensen voelen zich gezien en gehoord in een stad waar eenzaamheid op de loer ligt en mensen alleen nog in het openbaar vervoer uit hun bubbel komen sinds de introductie van de zelfscanner in supermarkten. Levensverhalen (‘reminscentie’) zijn van belang. Positieve gevolgen zijn: eigenwaarde, zelfvertrouwen, verbinding met de sociale culturele omgeving. Verhalenhuis Belvédère draagt actief bij aan een meer verbonden en gezonde stad.

Adnan Alaoda is Belvédères eerste gastschrijver die in 2017 een jaar lang een onderkomen vindt in het Rotterdamse Verhalenhuis. Deze vrije ruimte is hard nodig. Het bieden van een vrijplaats is een hoeksteen van de Arabische beschaving en is wijd verspreid onder alle Arabieren zowel in de stad als op het platteland. Veruit het grootste deel van de Syrische ontheemden wordt opgevangen door landgenoten. Een traditie om mensen te beschermen en hen de ruimte te geven om op adem te komen.

Deze duizenden jaren oude traditie en beschaving is in de 21e eeuw meer dan ooit nodig, maar staat tegelijkertijd zwaar onder druk. Een groot netwerk van vluchtsteden wereldwijd ICORN/Pen probeert hier actief aan bij te dragen door schrijvers, dichters, musici en kunstenaars uit de hele wereld, speciaal uit landen waar onderdrukking en, of oorlog is, ruimte te bieden een jaar lang in vrede en veiligheid te kunnen werken.

Als theaterman gelooft Adnan in de waarde van het opgaan in de ervaring. Tijdens het dansen van de Debke vergeet ik alles’, zegt Adnan. Tijdens de Al Rewaq wordt met familie en vrienden gebeld. Ze worden even deelgenoot van deze avonden op Katendrecht. Daar is hier, hier is daar. De Syriërs komen zich in het Verhalenhuis laven aan de eigenheid en het door Adnan bijeengebrachte erfgoed dat ze zo missen.

De Al Rewaq van 9 februari jl. begint met een indringend verhaal van Adnan. Hij vertelt dat twee Syrische jongens in Duitsland zelfmoord hebben gepleegd omdat ze zich zo eenzaam voelden. Syriërs in Europa hebben als reactie hierop een Facebook groep opgezet om met elkaar in contact te zijn. ‘Dit moeten we zien te voorkomen. Dit is onze jeugd die verloren raakt in een ander land. We willen elkaar helpen.’ Ook vertelt Adnan dat hij de avond ervoor een vriendin aan de lijn heeft uit Idlib waar meer dan een miljoen Syriërs op de vlucht zijn voor oorlogsgeweld. Haar boodschap is: ‘Ik weet niet of ik morgen nog leef maar het feit dat jullie daar de Al Rewaq organiseren geeft me hoop, dit is een plek om ons cultureel erfgoed te blijven delen, een plek van troost.’

De 25e jubileum editie is ondanks de storm een drukbezochte avond. Net als als eerdere edities wordt de avond life via de telefoontjes van de aanwezigen vanuit heel Europa en het Midden-Oosten gevolgd. Opnieuw is de avond een ode aan de improvisatie. Er is een programma en tegelijk is er ruimte voor iets onverwachts. Er wordt in tenminste twee talen gepresenteerd: Nederlands en Arabisch. Dichter en schrijver Ishmail Kamara leest zijn lofdicht Vliegende Veer voor en kondigt zijn nieuwe boek aan: A hundred golden horses journey to the promised land. Umm Al Rewaq Els Desmet wordt bedankt onder het motto van het Arabische spreekwoord: ‘Umaka thuma umaka thuma umaka thuma abuk‘, eerst je moeder, dan je moeder, dan je moeder en dan je vader. Els stond aan de wieg van de Al Rewaq. Fotograaf Joop Reijngoud toont de rijkdom van 25 edities Al Rewaq. Een fotopresentatie van ontmoetingen tussen bezoekers, kunstenaars, vertellers, dichters, musici, filmers en koks. Opvallend is een veelzijdig publiek van alle leeftijden. Adnan bekijkt het geëmotioneerd, zittend op de grond.

De geest gaat uit de fles op de dansvloer onder leiding van danser Jol Alholo, de musici springen in voor live muziek. Het is een ontlading van plezier en verdriet tegelijk. De rust keert maar met moeite terug. De vele emoties en de uitgelatenheid worden opgezweept door de muziek. Er komt een adempauze met dichters. Yousef Sarkhi, Matanja van der Werf vertaalt werk van Majdolin Refai en begeleidt Amani Aleid op de piano. Sarah Schützle zingt dromerige liedjes van haar cd Wonders of life.

Zodra de diepe stem van zanger en gitarist Omar Nouilati weer klinkt komt de menigte opnieuw in beweging. De andere drie vallen in, Jawad Darwish luitspeler en de beide percussionisten Mahran Al Kadi en Adnan Nouri. Het viertal heeft elkaar ontmoet in het azc waar ze sinds een jaar wonen. Ook voor de musici is het een avond om nooit te vergeten, een avond van weerzien met oude vrienden. Het publiek staat op stoelen, danst, joelt, klapt en zingt mee. Het bekende nummer Hal asmar al loondoet de harten sneller kloppen. Een andere zanger en een zangeres uit het publiek haken spontaan aan. Het leeft en zindert. Even wordt onderhandeld over nog meer ruimte voor de muziek. Maar de geur van beitinjaan bi lahm, met gehakt gevulde aubergines geeft de doorslag. Het eten is warm en mensen schuiven bij elkaar aan tafel voor een gezamenlijke maaltijd van meesterkok Maher Al Sabbagh en Amal Zi Alnoun. Na het eten gaat de muziek door. De vrijwilligers van Belvédère maken van het Verhalenhuis een thuis. Ruimte en ontmoeting. Het begint met wederzijdse nieuwsgierigheid.

Essay: Verhalenhuis als vrijplaats verkrijgbaar in Nederlands, Engels & Arabisch
Welkom bij Al Rewaq: 7 juni, 13 september, 1 november start 16 uur.
Verhalenhuis Belvédère, Rechthuislaan 1, Rotterdam.

Foto-credits: met speciale dank aan Joop Reijngoud

Geplaatst in cultureel erfgoed, Dialogue, erfgoed, Midden-Oosten, Nederland, Syria | Tags: , | Een reactie plaatsen

Een veilig thuis

Eerst ondenkbaar maar nu toch mogelijk? Tineke Bennema (historica) en Esseline van de Sande (psychologe) denken aan cruiseschepen die onderdak bieden aan vluchtelingen. Tineke Bennema en Esseline van de Sande. Dit artikel verscheen in Trouw Opinie op 31 maart 2020 jl. en in het Arabisch via Net in Nederland.

Er gebeuren nu dingen die niemand voor mogelijk had gehouden. Blijf thuis, houd 1,5 meter afstand, in ieders belang maar vooral in het belang van de zwakkeren. Alleen hoe ‘thuis’ ben je en houd je afstand als je moet schuilen, of noodgedwongen in vluchtelingenkamp Moria verblijft?

Niet zo lang geleden, al lijkt het een vorig leven, ging een filmpje de wereld over van een Syrische vader die zijn dochtertje wilde beschermen tegen angst voor bombardementen en haar bij elke inslag leerde lachen om wat hij vertelde dat vuurwerk was. Door de coronacrisis kunnen we de vader en zijn zorg pas goed doorgronden. Vluchtelingen leven in onmenselijke omstandigheden. Nu we zelf voelen wat het betekent om opgesloten te zitten is het wellicht makkelijker om ons in de ander te verplaatsen. De vluchtelingen zitten al jaren in een lockdown, opgesloten in een politiek doolhof. Is dat onze zorg?

Inwoners van vluchtelingenkamp Moria op Lesbos krijgen maskers om zich te beschermen tegen het coronavirus. Beeld AFP

Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog voelt ook de Nederlander weer wat rauwe angst voor zijn existentie is en de overlevingsmodus, die ermee gepaard gaat. Emoties waar zovelen in het Midden-Oosten, vluchtelingen, dagelijks mee te maken hebben.

Angst maakt kwetsbaar en vraagt om hulp

Zelfs tijdens eerdere crises die zich uitten in hamsteren, de Suezcrisis in 1952, de Cuba-crisis en de oliecrisis van 1973, heeft de Nederlander zich niet zo kwetsbaar gevoeld. Ineens is de maakbaarheid van het leven, de illusie die regeert in de laatste decennia waarin het liberalisme wortel schoot, gekenmerkt door welvaart, ontkerkelijking en groeiend individualisme, als een kaartenhuis in elkaar gezakt. Angst maakt, tenminste na erkenning, kwetsbaar en vraagt om hulp en bescherming. Waarden als zorg en solidariteit blijken nu urgent in landen in nood.

Op de Griekse eilanden zitten 42.000 vrouwen, mannen en kinderen gevangen en op elkaar gepakt. De corona-uitbraak vormt zowel voor hen als voor de Europeanen een groot gevaar. Eerder deze maand riepen Stichting Vluchteling, VluchtelingenWerk Nederland en Defence for Children op om tenminste vijfhonderd kinderen op te nemen. Gemeenten als Leiden, Amsterdam, Groningen en Middelburg gaven aan een bijdrage te willen leveren aan het lenigen van het leed van Lesbos.

De regering beloofde Griekenland een deel van de vluchtelingen op te nemen. Belofte maakt schuld. De bittere realiteit is dat de mensen al jaren vastzitten in deplorabele omstandigheden en onze regering geen thuis geeft. Dat we deze afspraak nakomen is van groot belang voor de Europese stabiliteit, het fundament van solidariteit. Niet alleen in Nederlands verband geldt: we doen het samen.

Epidemieën gedijen door gestapelde problemen

Humanitaire rampen komen voort uit gestapelde problemen zoals oorlog, economische en klimaatproblematiek waardoor mensen op de vlucht slaan en terecht komen in slechte leefomstandigheden. Epidemieën gedijen daar goed. Beatrice de Graaf onderzocht grote uitbraken van ziekten in de negentiende eeuw en verklaart die mede door dat stapeleffect. Pak je oude problemen niet aan, dan verergeren de actuele.

De Nederlandse regering weet in tijden van crisis binnenslands leiderschap te tonen. Nu we allen er weer van doordrongen zijn wat angst om het vege lijf inhoudt, en wat solidariteit betekent, kan ons land het momentum gebruiken om ook in Europees verband een impuls te geven aan samenwerking.

Rond de coronacrisis zien we oplossingen die voorheen ondenkbaar waren Geld voor kwetsbare zzp’ers. Sporthallen, moskeeën en hotels transformeren tot ziekenhuizen. Laten we nu ook zo naar Lesbos kijken. Laten we stilliggende cruiseschepen inzetten voor de Griekse kust zodat we mensen de verzorging geven die ze nodig hebben om overslag van de epidemie te voorkomen. Een rekensom is gauw gemaakt. 27 lidstaten en 42.000 mensen. Dat betekent: zo’n 1500 mensen per lidstaat. Solidariteit is het medicijn.

#solidariteit #Europa #vluchtelingen #Lesbos

Geplaatst in Collectivisme, compassion, Refugees | Tags: , | Een reactie plaatsen

Luisteren als sleutel tot verandering

In onze gehaaste maatschappij is luisteren een schaars goed. Daadwerkelijk met onverdeelde aandacht een persoonlijk verhaal of complex vraagstuk tot je door laten dringen. Boeren, burgers en buitenlui lopen te hoop omdat ze zich niet ‘gezien en gehoord’ voelen. ‘Web-interfaces’ en ‘digitale portals’ nemen de rol over van loketambtenaren. Burgers worden in classificaties gedwongen maar kunnen hun verhaal niet kwijt. Ondertussen groeit het gevoel van onbehagen. Als toppunt van ironie wordt dit ‘onbehagen’ door beleidsmakers dan weer ontdekt. In allerijl worden plannen bedacht om hier iets aan te doen.

Luisteren vraagt om tijd en aandacht. ‘De wereld gaat aan vlijt ten onder,’ schreef Max Dendermonde al bijna meer dan zestig jaar geleden. De hoofdpersoon in het boek strijdt tegen maakbaarheid en het vooruitgangsgeloof. Een schets van een wereld zonder haast, waar ‘zijn’ belangrijker is dan ‘willen hebben’. Biedt dit gegeven wellicht aanknopingspunten voor het overspannen leef- en samenwerkingsklimaat?

Een wereld zonder haast ervaar je niet vanzelf, je moet bereid zijn even uit je eigen wereld te stappen. Deelname aan een 24 uur horizon-observatie aan het Haagse Zuiderstrand stelde me vorig jaar in staat deze wereld te ervaren. 24 uur lang belangeloos kijkend naar de horizon en buiten zijn in de natuur, in weer en wind. De ware ervaring volgde pas daarna. Het gaf ruimte om onze eigen wereld met nieuwe ogen te bezien, te ontdekken dat een andere wereld toegankelijk is en hielp de erbij behorende houding op een diep niveau te verankeren. Een staat van zijn die ruimte biedt aan wat van binnen naar buiten beweegt. Een los komen van de waan van de dag. Een staat van verwondering over de schoonheid van alle dag, de natuur, het inspirerende onderscheidt van het grote en het onverwachte.

Foto credit: Dick van Duijn

Dit beeld van de eekhoorn die een paardebloem koestert is een uniek beeld van natuurfotograaf Dick van Duijn. Het toont de schat die zich openbaart wanneer je de tijd neemt om te luisteren en observeren. Luisteren is het voertuig van een nieuwe beleving. Opnieuw leren luisteren geeft een opening die diepere drijfveren ontdekt en verbinding creëert. Alleen, hoe luister je werkelijk? Naar jezelf, naar je collega’s, naar de natuur en de vraagstukken van de grotere wereld om ons heen? Hoe kunnen we vraagstukken duiden wanneer we het contact met de wereld zonder haast zijn verloren? Hoe kunnen we meer sensitiviteit ontwikkelen voor gedragsrepertoires en opvattingen die afwijken van onze eigen culturele standaarden en verborgen talent ontsluiten?

De Kamer van het Luisteren biedt denkruimte en handelingsperspectief voor vraagstukken rond duurzaam leiderschap, interculturele dynamiek en talent ontsluiting. ‘Luisteren is de sleutel tot verandering’ is het motto van The Room of Listening. Jarenlange ervaring in interculturele communicatie, organisatie-advies en counseling leert dat wederkerig luisteren inzicht geeft én duurzame verandering tot stand brengt. 

Geplaatst in Communicatie, Dialogue, Distortion, Ruis, Stereotypes, Sustainability | Tags: , | Een reactie plaatsen

Royal Dutch Perfume

Nederland is beroemd als land van bloemen maar niet vanwege parfum. Hoe kan dit?’ Mohammed Semhani, parfum ontwerper uit Syrië, opent zaterdag in hartje Den Haag zijn eigen winkel: Royal Dutch Perfume. In Latakia runde Semhani een gouden bedrijf dat in rook opging tijdens de oorlog. Hij schreef een businessplan en bleef erin geloven.’

‘De natuur is rijk. Alles heeft zijn eigen unieke geur. Bloemen, fruit en groenten. De aarde, rivieren en alle planten in de natuur. Geuren zijn uniek, puur en vers. Geuren roepen herinneringen op.’

Dr. Jasper de Groot onderzoekt de relatie tussen geuren en emoties en haalt in zijn blog het boek ‘Een natuurlijke geschiedenis van de zintuigen’ aan: ‘Eén geur kan … jeugdherinneringen oproepen van een zomervakantie aan een bergmeer. … Het effect van een geur kan lijken op de explosie van een landmijn die in ons geheugen verstopt ligt, onder een jarenlang groeiend deken van mos. Wanneer je ongezien op een dergelijke mijn stapt, kunnen diepe herinneringen plotseling de oppervlakte bereiken.’

Op zijn veertiende raakt Semhani in de ban van geuren en het maken van parfum. Hij leent van zijn moeder een beetje geld. Op zijn negentiende opent hij een kleine winkel van zes vierkante meter en begint met het verkopen van parfum. Na een paar jaar heeft hij meer dan 10.000 klanten per maand.

Zijn plan voor het maken van unieke parfums komt voort uit het oude ambacht uit de 14e eeuw. Nu hij in Nederland woont ontdekt hij tot zijn verrassing dat er geen mensen zijn die een eigen winkel openen voor parfum. ‘Nederland staat bekend als land van bloemen en is een handelsnatie. Maar toch er zijn geen bedrijven die parfum maken?’ Semhani ruikt een business kans. In de vele bloemen die Nederland rijk is zitten immers de geuren verborgen die de basis vormen voor ieder uniek parfum.

Toen Semhani ook in Nederland breder bekend werd als ‘De Neus van Latakia’ kwam er een beweging op gang. De gemeente zag niets in zijn businessplan, want Semhani had geen rijbewijs. Diverse gesprekken en interacties leiden tot het vinden van de investeerder die wel brood ziet in het concept van Uniek Parfum (filmpje). Semhani straalt als hij over de op handen zijnde opening vertelt. Particulieren en bedrijven zijn vanaf as. zaterdag 13u welkom voor een geur op maat in de Papestraat 15, Den Haag. Semhani droomt groot in de Nederlandse polder, Royal Dutch Perfume.

Met speciale dank aan André Hendrikse, Foundation Number Five, Razan Damlakhi, Adel AlBaghdadi, Tineke Bennema, Joël van Dooren, Het Grote Midden Oosten Platform en De Stadscoalitie (die vakgenoten en businesspartners duurzaam met elkaar verbindt).

Geplaatst in ambacht, Collectivisme, Communicatie, cultureel erfgoed, Duurzaamheid, Economy, Midden-Oosten, Nederland | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Diversity our strength

A man in his forties, dressed smart casual. A man with a purpose in life. Learning & development is his steel. ‘I feel alive when I am at work conducting trainings and presentations.’ He shows me a file that presents a meticulous overview of his achievements over the past three years in the Netherlands. Courses, acknowledgements, certificates. Presentations, guest lectures and conducted trainings for universities, municipalities, ngo’s and companies. Lists of attended meetings in the field of culture, heritage and business. A man in action throughout almost all provinces in the Netherlands after a long career in the Emirates and Syria. A man who’s education was partly British, who visited 27 countries and worked with many Europeans. Despite all efforts and dedication this international professional is still unemployed.

Over the past years he started out setting up his own company. The municipality didn’t like his idea from the beginning. ‘This will never work starting your own business as a freelance trainer’, has been their motivational advice ever since. It is a long and exhausting journey through the Dutch jungle of paper and regulations. Hope is the master of all doubts so the journey continues. Like many new talented citizens this open and motivated professional didn’t come to the Netherlands for a small dream.

His dreams are big and he is not settling for less. Efforts to obtain a fulltime fixed job are explored. While being busy at the job market, raising a family, at the same time writing a work of literature, preparing a PhD at Leiden University. An overview of poetry from the early times in the Middle East till now, focussing on poetry from Aleppo. ‘I have to pursue finishing this work before my parents will pass away.’

Living in a small village in the Netherlands his observations are: ‘Sometimes I feel like I am living in a museum. Everything is well organized yet there is no life in the streets. Where to meet people? The villagers are friendly but as it is a small community here I get the feeling that I have to stay in my own territory and it seems not appropriate to come close. I have written over a hundred job applications. Often I never heard anything or I received a letter of refusal. Slowly by slowly I start to feel like a stranger. A stranger within me. Even my own name doesn’t feel right in this context.’

‘It seems strange to me that, although I only have changed my context, nothing seems to work. I have a lot of experience, capacities and skills and although I hear on the news that there are many jobs available somehow I don’t find any options. You would think that my expertise as a professional trainer in a commercial environment would be of international value. Although the principles are the same it is still difficult to get access to the Dutch labour market. Let alone that people working in this field appreciate that a trainer with a different background can be of added value. ‘I have recently started to doubt if I should change my name. I wonder if this will give me a better starting point?’

It is known that Jewish people who left Europe during the Second World War flying to the United States have changed their names. ‘A well-worn joke in American Jewish culture goes like this. A Jewish immigrant landed at Ellis Island in New York. The procedures were confusing, and he was overwhelmed by the commotion. When one of the officials asked him “What is your name?” he replied, “Shayn fergessen,” which in Yiddish means “I’ve already forgotten.” The official then recorded his name as Sean Ferguson.’ ‘The explanation of this joke is more than a simple joke. It illustrates the ways that Jewish people have struggled, and continue to struggle, with their identity in America,’ explains associate professor Kirsten Fermaglich. ‘Jewish Americans changed their names, but not at Ellis Island. Her research suggests they changed their names in disproportionate numbers compared with other groups in response to American anti-Semitism.’ Being called Sean Ferguson it turned out much easier to find a job.

The training professional continues: ‘I have some recent experiences that strongly gave me the impression that my name is working against me. I am a business man, so I look at it in a practical way. I cannot change the situation, yet I can change my name. I already found out that it will cost 800 euro to make this happen. Changing my name will give me a better future.’ What’s in a name?

When in Toronto the government and businesses are in agreement: Diversity our strength. This mantra is inscribed on the city’s coat of arms. Toronto is one of the most successful innovative urban economies in North America. An open attitude towards innovation and diversity. At the Toronto University celebrated economists like David Wolfe have now even scientifically proven that diversity is indeed of value.
The story of the training professional doesn’t stand on its own. Many skilled professionals, new citizens, find little or no work. Is there any reason why the principle of diversity would not apply to the businesses in the Netherlands?

Geplaatst in compassion, Dialogue, Distortion, Economy, Nederland, Stereotypes | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Een rustig gesprek

Een maand geleden had ik het genoegen waarde Burgemeester Aboutaleb namens Verhalenhuis Belvédère mijn essay ‘Hier is daar, daar is hier’, Verhalenhuis als Vrijplaats te overhandigen in het Arabisch, dankzij de noeste toegewijde vertaalarbeid, ‘amanah‘ van in het bijzonder Araa Al Jaramani, Raghad, Bader Atem en Dima Mousa. De vertaling ontsluit het verhaal over het belang van vrijplaatsen voor ontmoeting in een stedelijke samenleving en het gedeelde erfgoed van verhalenhuizen, dat oorspronkelijk uit het Midden Oosten komt, nu ook voor Arabisch sprekenden.

Foto: Jan van der Ploeg

De ontmoeting met Burgemeester Aboutaleb brengt warme herinneringen boven aan het belang van rustige gesprekken. Een rustig gesprek in roerige tijden dat collega Carl Stellweg en ik in 2016 in het Frans voerden met de Rotterdamse burgemeester en zijn held de Syrische dichter Adonis. Dit interview verscheen destijds in de Correspondent.

Twee mannen, beiden geboren in een eenvoudig bergdorp, ver van de moderne wereld. De een in Syrië, de ander in Marokko. De een, inmiddels 85, groeide uit tot de belangrijkste hedendaagse Arabische dichter. De ander, dertig jaar jonger, is op dit moment de spraakmakendste bestuurder van Nederland. En die bestuurder, een verklaard poëzieliefhebber, is groot bewonderaar van de dichter.

Poëzie? Een nieuw venster op de werkelijkheid

Een winterse vrijdagavond in Den Haag. Buiten is een kille decemberwind opgestoken. Binnen, in een spartaans ingerichte artiestenkleedkamer in het Theater aan het Spui, klinkt de heroïsche slotstrofe van het Tunesische volkslied:

Wanneer op een dag het volk de wil tot leven uitspreekt
moet het lot hen niet in de weg staan
moet er een einde komen aan de nacht
en dienen de ketenen te worden verbroken
.’

Het is de Rotterdamse burgervader die deze revolutionaire regels aanheft. Zijn 85-jarige dichtende held hoort het geamuseerd aan. ‘Gewoon, een beetje nostalgie,’ zegt Aboutaleb. ‘Eind jaren vijftig was dit verplichte kost onder studenten in Noord-Afrika. Het waren de hoogtijdagen van het Arabische nationalisme.’

Kent Adonis het lied ook? Bedaard: ‘Natuurlijk. Iedereen kent het.’

Mooi om op die manier het ijs te breken, maar het verzoek aan de burgemeester was om een lievelingsgedicht van Adonis voor te dragen, teneinde een boeiende gedachtewisseling over diens poëzie uit te lokken. Zou Aboutaleb niet wat willen selecteren uit Wat blijft, Lees hier meer over Wat blijft.de zojuist verschenen, allereerste bundel in het Nederlands vertaalde Adonispoëzie?

Aboutaleb kiest liever een vers dat hij ooit zelf probeerde te vertalen – hij deed er twee maanden over. ‘Het is een gedicht dat gaat over eenzaamheid. Wat me er zo in aanspreekt, is dat Adonis een vergelijking trekt tussen eenzaamheid en een bos. Hij schrijft: eenzaamheid is een bos dat uit maar één boom bestaat. Zo’n verbluffend, in feite onmogelijk beeld: dat is Adonis. Hij opent een nieuw venster op de werkelijkheid.’

Adonis. Foto: Frank Ruiter (voor De Correspondent)
Adonis. Foto: Frank Ruiter (voor De Correspondent)

De dichter? Een dwalende

De dichter vult aan: ‘De liedtekst die meneer Aboutaleb zojuist heeft voorgedragen, heeft door zijn poëtische kracht mensen gemobiliseerd. Dat was de bedoeling en dat is heel mooi. Maar ik heb een totaal andere opvatting van poëzie. Wat teruggrijpt naar traditie, daar sta ik redelijk afwijzend tegenover.’

‘Onze Arabische traditie – of het nu de poëzie, de filosofie of de politiek betreft – is niets anders dan herhaling, variaties op steeds dezelfde thema’s. Dat geeft ons geen enkele ruimte om na te denken, om zaken ter discussie te stellen. De heersende Arabische poëzie is er een van antwoorden. Wat dat betreft verschilt ze niet van religie en ideologie, die er ook alleen maar zijn om zekerheden te verschaffen. Echte poëzie stelt juist vragen. Dat is haar wezen. Poëzie is een vraag aan de wereld.’

Aboutaleb: ‘Klassieke Arabische poëzie kenmerkt zich door een logische ordening. Dat zit ook in het ritme. Het werk van Adonis doorbreekt dat. Wat dat betreft lijkt hij meer op een westerse dan op een Arabische dichter. Hij gaat soms in tegen de logica en dat dwingt je tot nadenken.’

Adonis lacht bescheiden: ‘Er zijn best veel Arabische dichters geweest die vragen stelden over de wereld, en dan met name de wereld van de islam. En ook in Europa heersen conventies. Maar jullie Europeanen hebben instituties als de kerk afgezonderd, geneutraliseerd en daardoor ruimte geschapen voor vernieuwing. Zo zijn jullie de middeleeuwen ontstegen, terwijl wij – Arabieren, moslims – daar nog middenin zitten. Desondanks moet je het regime nooit met het volk vereenzelvigen. En het volk ook nooit vereenzelvigen met het individu. Volk is een vaag, ideologisch besmet woord, dat nauwelijks betekenis heeft.’’

Aboutaleb: ‘Maar er is wel zoiets als een identiteit. Nederlanders hebben nogal eens de neiging te zeggen dat ze geen nationale identiteit hebben, maar die is er wel. Ik bedoel geen nationale keuken of zo, maar een politiek systeem, een geschiedenis, een bepaalde manier om samen te werken en vooruit te komen.’

‘Als je kijkt naar de islamitische wereld en voor het gemak even inzoomt op de positie van de literatuur, dan zie je juist een breuk: want eigenlijk zijn dichters daar alleen geaccepteerd als ze zich conformeren aan het religieuze gezag. Echte dichters worden in de Koran niet erg op prijs gesteld. Er is een soera  aan hen gewijd en die is niet vriendelijk.’

Adonis: ‘De ‘dwalenden’ worden ze genoemd.’

Aboutaleb: ‘Zij die in elk dal radeloos rondlopen. En nooit doen wat ze zeggen!’

Adonis: ‘Gelukkig maar!’

En als we zijn uitgelachen: ‘Wat de Arabische identiteit betreft is er ook een probleem van perceptie. Regime wordt vereenzelvigd met volk en individu, zoals ik zei. Erg vervelend voor al die Arabieren die, waar ook ter wereld, topprestaties leveren op het gebied van kunst, geneeskunde, wetenschap, architectuur, noem maar op. Alleen kunnen ze dat pas doen als ze zich op veilige afstand van de Arabische instituties bevinden, want die zijn versteend. In plaats van steeds maar weer op tirannen en op terroristen die kelen doorsnijden en vrouwen als slavinnen verkopen, zouden de schijnwerpers eens op die Arabieren moeten worden gericht. Zij zijn de moderne dwalenden. En ze zijn gelukkig talrijk.’

Ahmed Aboutaleb. Foto: Frank Ruiter (voor De Correspondent)
Ahmed Aboutaleb. Foto: Frank Ruiter (voor De Correspondent)

Schrijven? Verandering in gang zetten

Adonis vluchtte zelf voor de Arabische – in zijn geval Syrische – instituties nadat ze hem in de jaren vijftig een tijd gevangen hadden gezet wegens lidmaatschap van een verboden politieke partij. Zijn eerste dichtbundel had hij toen al gepubliceerd. De afkeer van het vrije woord is sindsdien niet minder geworden in het Midden-Oosten. Saoedi-Arabië, dat een blogger tot zweepslagen heeft veroordeeld Lees hier meer over de veroordeling van de blogger.en van plan is een Palestijnse dichter ter dood te brengen, is het schrijnendste voorbeeld.

‘Europa is veranderd, waarom zouden Arabieren niet kunnen veranderen? Niemand wordt als democraat of als fanaticus geboren’

Adonis: ‘Zowel op het religieuze als op het culturele vlak is er een probleem. Etymologisch betekent ‘schrijven’ een nieuw beeld scheppen van de wereld. Schrijven houdt dus verandering in. Maar onze religieuze tradities zijn tegen verandering. Onze profeet Mohammed ontving de ultieme boodschap van God. Na Mohammed zouden er geen profeten meer komen, hij was het zegel. Zelfs God had daarna niets meer te melden, wat hij Mohammed liet nazeggen was immers zijn laatste woord. Er is geen boodschap meer, en dus ook geen nieuwe kennis. Dat heeft ons onbewust beïnvloed.’

‘Vat dit overigens niet op als islamkritiek. Ik verzet me alleen tegen geïnstitutionaliseerd geloof, opgelegd aan een maatschappij. Een open, niet-fanatieke islamitische samenleving is voor te stellen. Europa is veranderd, waarom zouden Arabieren niet kunnen veranderen? Niemand wordt als democraat of als fanaticus geboren.’

Geloof? Dat begint waar de logische antwoorden eindigen

Aboutaleb heeft dit alles met zichtbare instemming aangehoord, maar reageert geprikkeld op de suggestie dat er een spanningsveld is tussen religie en het verdedigen van westerse waarden.

‘Luister: ik ben gelovig, maar niet dogmatisch. Ik ben moslim, humanist en democraat. Ik heb geen sjeik of imam nodig die mij vertelt hoe ik de Koran en de Hadith, de overleveringen van Mohammed, moet lezen. Ik heb mijn interpretatie en accepteer geen enkele inmenging. Een andere zienswijze zou trouwens ook tot een onleefbare situatie leiden in een stad als Rotterdam, met zijn 174 nationaliteiten. Vandaar dat ik de wij-samenleving propageer, waarin ruimte en respect is voor verschillende leefwijzen. Tegen moslims die zeggen dat hun opvatting van Gods woord de enige juiste is, zeg ik: je liegt.’

‘Waarom ik dan gelovig ben? Ik ben geen theoloog, maar het zit ongeveer zo: als ingenieur heb ik de neiging logische antwoorden op logische vragen te zoeken. Op bepaalde vragen vind ik die logische antwoorden niet. Precies daar begint het geloof. Je zegt ‘ik geloof dat,’ omdat je het antwoord niet precies weet. Het geloof geeft mij steun.’

Adonis: ‘Religie moet net als de liefde een persoonlijke zaak zijn. Ieder mens mag geloven in iets wat zijn relatie tot het onbekende en het hiernamaals in banen leidt. Het gaat mis wanneer je de islam tot verplicht onderdeel maakt van een overkoepelende politieke, sociale en culturele identiteit. Dan is er geen enkele kennis meer nodig en is dus ook elke vooruitgang uitgesloten. Immers, de goddelijke openbaringen bieden reeds alle antwoorden. Wat ons bindt in de maatschappij is niet het geloof, maar het burgerschap, het menselijk aspect.’

Aboutaleb: ‘En de vrijheid!’

Aboutaleb en Adonis. Foto: Frank Ruiter (voor De Correspondent)
Aboutaleb en Adonis. Foto: Frank Ruiter (voor De Correspondent)

De ander? Een rijkdom om te leren kennen

Het punt is gemaakt. Maar stel nou dat een politicus in de Arabische wereld de instituties trotseert, de knellende conventies aan zijn laars lapt, de persoonlijke risico’s voor lief neemt en als een Aboutaleb de menigte voorhoudt dat hij én praktiserend moslim én humanist én democraat is – zou hij dan worden begrepen? Zou hij kunnen rekenen op instemming?

Adonis: ‘Ik denk het wel. Nu wel. Wanneer je het Syrische volk nu de vrijheid geeft, zal het volgens mij voor het secularisme kiezen. Want mijn landgenoten zijn geen religieuze fanatici. Wat nog steeds niet betekent dat de politieke islam geen probleem is.’

Aboutaleb: ‘Mijn persoonlijke overtuiging is dat veel Syrische oppositiegroepen de islam gebruiken als middel om zich te organiseren en aan geld te komen. Het heeft geen diepere inhoud. De islam is alleen maar een vlag.’

‘Poëzie kan nooit een instrument zijn, net zo min als een bloem’

Adonis: ‘De religie in haar huidige, identitaire lezing vertegenwoordigt een groot politiek kapitaal. Dat wil helemaal niet zeggen dat de meeste moslims deze lezing aanhangen.’

Het wachten is dus op het moment dat het kapitaal van de islamisten is verdampt. De grootste levende Arabische dichter en de spraakmakendste moslim van Nederland, beiden opgegroeid in een diep-traditionele omgeving, beiden verbonden in een liefde voor het vrije woord, kijken er gebroederlijk naar uit.

Laatste vraag: kan poëzie de wereld veranderen?

Adonis reageert haast verontwaardigd: ‘Poëzie kan nooit een instrument zijn, net zo min als een bloem.’

Bieden zijn gedichten dan op zijn minst een dieper inzicht in grote maatschappelijke vraagstukken, zoals migratie en integratie? Aboutaleb reageert terughoudend: ‘Het werk van Adonis is literatuur. Met migratie en dergelijke heeft het in concrete zin niets te maken.

‘Tegelijkertijd is Adonis, net als ik, een migrant en dat heeft zijn werk beïnvloed. Hij ging van Syrië naar Libanon en uiteindelijk naar Parijs. Zijn dichtkunst weerspiegelt een dualiteit: zij is voor een deel Arabisch – hij schrijft ook in die taal – en voor een deel Europees. Zijn gedichten openen vensters op verschillende werelden, voeren een dialoog. Dat is zijn verhaal en ook een beetje het mijne. Vandaar dat ik niet alleen bewondering voel voor de grootheid van zijn dichterschap, maar ook een persoonlijke band.’

Het is een bekentenis die een stralende lach aan de dichter ontlokt: ‘We zijn nu al vrienden voor het leven,’ klinkt het met milde spot.

En ernstiger: ‘Dit doet nogmaals beseffen wat een rijkdom het is een ander te leren kennen. En hoe jammer het is dat onze levens daar eigenlijk niet op zijn ingesteld: op het werkelijk leren kennen van de ander. Ahmed Aboutaleb en ik hebben elkaar vele jaren geleden al eens ontmoet. En nu pas vinden we elkaar weer terug. Ach, ik weet het niet. Het leven is moeilijk.’

Dit verhaal schreven Carl Stellweg en Esseline van de Sande voor de Correspondent dd.24 januari 2016.

Geplaatst in Communicatie, cultureel erfgoed, Cultuur, Midden-Oosten, Syria | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Engel van Libanon

Wat is het geheim achter het grote succes van de Libanese zangeres Fairouz?

De Libanese legendarische zangeres Fairouz staat bekend als de ‘Engel van Libanon’. Al sinds 1997 probeerde de organisatie van het Holland festival de diva van het Arabische levenslied naar Nederland te halen. Op 27 juni 2011 is het zover. Nederlanders en Arabieren uit alle windstreken zijn getuige van deze historische gebeurtenis. Libanezen, Syriërs, Palestijnen, Egyptenaren, Jordaniërs, Tunesiërs, Marokanen. Mannen, vrouwen, paartjes en complete families. De fans uitgedost in feestelijke uitgaanskledij of in een korte broek met gymschoenen. De regie is in de handen van de diva. Mobiele telefoons en tassen worden afgegeven, waarna er gefouilleerd wordt. Onder geen beding mogen er illegaal opnames of foto’s gemaakt worden, anders kan de voorstelling stil gelegd worden.

De zaal druppelt voller en voller, er wordt druk gepraat, gezwaaid naar bekenden en ter verkoeling wapperen mensen met het felbegeerde toegangsbewijs. De officiële aanvangstijd is allang verstreken. Af en toe breekt er spontaan geklap uit. Na een uur begint het publiek diverse malen uitzinnig te joelen en applaudiseren. Ze smeken om Fairouz. ‘We komen hier niet alleen voor Fairouz, maar voor alles waar zij voor staat: onze geschiedenis en Arabische thuisland.’ Een vrouw draagt een avondjurk van de bekroonde mode ontwerper Aziz Bekkaoui. In het ontwerp is de vlag van Al Watan Al Arabie’ verwerkt. Een verwijzing naar het oude Arabië, toen alle Arabische landen een waren. ‘Mode is altijd een statement’, zegt de draagster met een knipoog.

Even later zweven bekende Arabische melodieën door de zaal. Een strijkorkest van allure, nauw op elkaar ingespeeld opent het concert. Vier zangers en vier zangeressen als achtergrondkoor, blazers, slagwerk, een accordeon, een vleugel en typisch Arabische instrumenten als de luit, fluit, Egyptische harp en slagtrommel. In het midden van het podium ligt een felrode loper. Een staande microfoon, in afwachting. Dan schrijdt de 76 jarige Fairouz in een glitterjurk plechtig achter de coulissen vandaan. Een minutendurende uitzinnige staande ovatie volgt. Dan komt de stilte waarin haar eerste klanken met ingehouden adem worden geproefd. ‘Ja haar stem is wat ouder geworden, maar het is en blijft de enige echte Fairouz.’

Fairoez is één van de populairste moetriboen, chansonnières . Vertolkers van het Arabische lied hebben een bijzondere status. De speciale term moetrib is alleen gereserveerd voor grote namen zoals de Libanese Fairouz en de Egyptische Umm Kulthoum, Abdel Halim Hafez en Abdel Wahab. Letterlijk betekent het chansonnier, vrij vertaald: een troubadour die de luisteraar met een levenslied in vervoering brengt. Fairouz verwerft haar status door een zuivere intonatie, het ritme, haar stemgebruik en door de betekenis van de poëtische liedteksten.

Het eerste deel van het concert zingt Fairouz haar nieuwere meer jazzy repertoire van de hand van haar zoon Ziad Rahbani. Na de pauze komen de oudere zo geliefde chansons en musicalliederen, zij het in verkorte vorm. Deze muziek is gecomponeerd door wijlen haar echtgenoot. Fairouz werd beroemd met musicals die indertijd voor het eerst via de televisie te zien waren en net als ‘Ja Zuster, Nee Zuster’, een groot publiek bereikten.

Het publiek in Carré raakt in een staat van vervoering: tarab. Een vergelijking met iemand die dergelijke gevoelens oproept met het Nederlandse levenslied is er niet. De liefde voor Fairouz gaat verder en dieper. De vele teksten en melodieën van Fairouz zijn met de paplepel ingegoten en vrijwel iedereen kent de liederen uit het hoofd. Af en toe verdwijnt de diva om het publiek de kans te geven om een lied mee te zingen met het orkest. Zo haalt de engel van Libanon stoom van de ketel, het publiek kan niet stil zitten maar deint, danst, zingt, klapt en roept uit: ‘Oh God, wat mooi! Fairouz dat je leven lang moge duren!’ Het Arabische publiek reageert niet alleen uit herkenning maar ook om waardering en dankbaarheid te tonen aan deze diva. Het is voelbaar dat de liederen een uitlaatklep zijn voor de Arabische hunkering naar eenheid. ‘Gekoesterd in de moederschoot’.

Voor veel Arabieren hoort de muziek van Fairouz steevast bij het dagelijkse ochtendritueel. Is het niet thuis, dan wel in de taxi, een kantoor of zelfs vanuit een schallend radiootje midden in de woestijn. De liederen van Fairouz komen voort uit een eeuwenoude Arabische muziektraditie die nauw is verbonden met het gevoelsleven, de cultuur en de geschiedenis. In het Syrische Ugarit werd een kleitablet gevonden van zo’n 3400 jaar oud. Het daarop genoteerde muziekstuk in Akkadisch spijkerschrift staat bekend als het oudste ter wereld.

Het ritme vormt in de Arabische muziek de basis voor de melodie en de poëtische teksten. Dit ritme wordt veelal bepaald door een kleine slagtrommel, een durbakeh.

De wortels van vele lyrische Arabische liedteksten liggen in de poëzie. Al voor de komst van de islam, halverwege de zevende eeuw, was het oreren van filosofische gedichten met alledaagse gezongen refreinen verheven tot kunst. De qasida, een lang verhalend gedicht, maakte een vast onderdeel uit van ceremoniën en feesten. Liedteksten gaan vaak over het geloof, vaderlandsliefde, politiek en de natuur. Soms ook over zaken waarop een taboe rust. Maar het meest bezongen onderwerp is toch wel de onbereikbare liefde en alle emoties dit dit teweeg brengt. Het woord habibi, mijn liefje, komt zonder twijfel het meest voor. Als Fairouz dan ook het bekende Saáltak Habibee zingt rollen tranen bij velen over de wangen.

Een Arabische melodie kan in Nederlandse oren zweverig of soms zelfs jankerig klinken. Dit komt omdat deze is opgebouwd uit kwarttonen daar waar een westerse melodie is gebaseerd op halve en hele tonen, zoals in de bekende toonladder ‘do-re-mi-fa-so-la-si-do’. Ook is het begrip terts van belang, dat heeft te maken met de toonafstand. In de westerse muziek bepalen grote en kleine terts het zogeheten majeur- en mineurkarakter van een muziekstuk, respectievelijk opgewekt of treurig. Maar muziek met Arabische kwarttonen klinkt net even anders. Dit komt omdat de luit in de Arabische muziek een belangrijke rol speelt. Dit instrument kent niet alleen het verschil tussen opgewekt en treurig, maar heeft zeven verschillende mineur- en majeurmogelijkheden, de zogenaamde maqamaat. Deze zeven toonkleuren voeren terug tot een anekdote uit de eerste helft van de achttiende eeuw, toen burgers in Arabië op straat aan de toon van de gebedsoproeper konden horen welke dag van de week het was. Elke dag had zijn eigen karakteristieke toonkleur. Abdel al Ghani Nabulsi, de bekende sjeich, leider van een islamitische mystieke broederschap, was hier de grondlegger van. Sinds die tijd geldt nog altijd het spreekwoord: ‘koel waqat illahoe idhan’, ‘elke tijd heeft zijn eigen melodie’.

Fairouz heeft tenminste duizend verschillende melodieën gezongen, meer dan vijftig miljoen cd’s verkocht en is geliefd bij jong en oud. De Arabieren zijn lyrisch over Fairouz. Een fan legt uit: ‘Zij zingt over mijn jeugd in het dorp. Als ik naar haar luister, naar haar pure klank, naar haar dagelijkse maar diepzinnige poëtische teksten is het net alsof ik een raam open doe en uitkijk naar een nieuwe toekomst. Haar stem maakt me gelukkig, vredig en hoopvol.’

Fairouz weet generaties te binden, lang vóór, met de komst van de Arabische lente en ook hier in Amsterdam. Het concert besluit met staande ovaties en langdurig applaus. Een laatste zwaai van Fairouz en het publiek weet al: ‘Ze komt echt niet meer terug, dat is het verschil tussen haar en alle anderen.’ Ondanks dat blijven de fans applaudiseren en volgt spontaan gezang uit volle borst. Het theater stroomt langzaam leeg. De fans flaneren langs de Amstel en in het Oosterpark, waar de voorstelling op groot scherm was te volgen. De boodschap van de Engel van Libanon over hoop, geloof en liefde verspreidt zich in het Amsterdamse stadsgewoel.

Esseline van de Sande

Dit artikel verscheen in de Groene Amsterdammer 27 juni 2011 jl.

Geplaatst in cultureel erfgoed, Cultuur | Tags: , | Een reactie plaatsen