In de ban van de horizon

Geplaatst in Cultuur, Dialogue, Duurzaamheid, Nederland | Tags: | Een reactie plaatsen

Ik hou van mijn vak

‘Ik hou van mijn vak.’ Taissir Al Kabbani  loopt langs zijn ontwerpen op de paspoppen. Zijn handen koesteren de uiteenlopende stoffen. Er zijn wel 5500 stalen waar klanten uit kunnen kiezen voor een exclusief ontwerp op maat. Om zijn pols draagt Taissir een horloge en een spelden kussentje, om zijn nek hangt een centimeter.

Sinds hij Damascus samen met zijn gezin moest verlaten vanwege de gruwelijke oorlog grijpt Taissir alle mogelijkheden aan om zijn vak te blijven beoefenen. Eerst in Caïro waar hij zowel dames als kinderkleding ontwierp. Daarna in Beirut waar bekende ‘moetribeen‘, chansonniers en grote sterren straalden in zijn ontwerpen. Galajurken, bruidsmode, avond- en cocktailjurken vlogen als broodjes over de toonbank. Sinds zijn komst naar Nederland maakt hij kinderkostuums voor lokale toneel optredens.

Taissir had in Damascus zijn eigen atelier met tweeënvijftig werknemers. Zijn designs worden gedragen in Syrië, Libanon, Egypte en nu ook in Nederland. Zijn passie is het ontwerpen en maken van dameskleding. Trouwjurken, cocktailjurken gebloemd of rijk gedecoreerd met strass en bling bling. Maar ook klassieke ontwerpen in zwart en wit.

De ontmoeting tussen vakgenoten ontstond in de Voorburgse Herenstraat. Dit is geen toeval want de verbindingen met het Midden-Oosten in Voorburg zijn tweeduizend jaar oud en verankerd in het dna van de stad. In de Romeinse tijd was Forum Hadriani, Voorburg een belangrijke stad. Reizigers, kooplieden en handelaren reisden naar Voorburg, dat onder leiding stond van de Romeinse generaal Corbulo. De zijderoute was een drukke handelsroute. Kennis, verhalen en producten reisden heen en weer. Spinoza en Erasmus liepen door de Herenstraat samen met handelaren, geleerden en vakmensen uit het Verre- en Midden-Oosten. Ook Corbulo zelf reisde af naar het Midden-Oosten en was jarenlang Gouverneur van Syrië.

Taissir ontmoet Eva Roeland van Allure Couture. Eva heeft niet lang nodig om te zien dat ze met een vakman te maken heeft. ‘De manier waarop hij de stof vasthoudt verraadt veel van zijn talent. Wij delen een passie, en dat is vrouwen te doen stralen in een mooie jurk,’ aldus Eva. Taissir komt thuis met een naaimachine, stof en een paspop. Zijn eerste Nederlandse ontwerp is een feit en de jurk staat tijdens de pop-up bazar in 2017 in de etalage. Burgemeester Tigelaar en zijn echtgenote brengen er een bezoek.

Ter voorbereiding van de tweede pop-up bazar in de Herenstraat ontmoet Taissir Soeniel Gharieb, de eigenaar van het dan nieuw gevestigde Diya Tailors. Taissir neemt de eerder gemaakte jurk mee en tijdens het gesprek raakt Soeniel al gauw overtuigd van zijn talent. Ook het filmpje waar Taissir in luttele secondes met een lap stof en wat spelden een nieuw ontwerp op een paspop tevoorschijn tovert maakt indruk. Soeniel wil op zijn minst een paar maanden met elkaar gaan samenwerken. Taissir loopt zes maanden stage en krijgt daarna een contract aangeboden.

De winkel is een vrouwen kledinglijn rijker. Taissir werkt inmiddels ruim een jaar in het atelier van Diya Tailors, waar de blauwe loper steevast ligt uitgerold.  ‘In het begin sprak ik nog weinig Nederlands, maar door de vele contacten heb ik veel nieuwe woorden geleerd. Spelden, schaar, stof, voering. Ik wil dat Nederlanders echt begrijpen wat mijn talent is. Hier kan ik mijn passie verwezenlijken. Ik ontwerp voor klanten op maat en heb nog oneindig veel ideeën voor nieuwe ontwerpen en stoffen.’ 

Een initiatief van de De Stadscoalitie die als doel heeft nieuwe én gevestigde vakgenoten, ondernemers en talenten duurzaam met elkaar te verbinden. 

Geplaatst in ambacht, Collectivisme, cultureel erfgoed, Nederland | Tags: , | Een reactie plaatsen

Heel Holland Bakt

Gestreepte wit oranje luifels beschermen het hoekpand tegen de invallende zon. De geur van gerezen deeg en versgebakken brood komt klanten tegemoet als ze over de drempel stappen. Een heerst een sfeer van bedrijvigheid. Aan werkbanken worden koekjes ingepakt, zakken meel worden versjouwd, grote mixers en bakblikken belanden in de afwas. Iedereen is in de weer in gemoedelijke sfeer.

Rekken met bakblikken vol koekjes in speelse vormen en logo koekjes van de gemeenschapsbakker ‘Wij zijn Rotterdam”, koelen af en verspreiden een zoete geur. Boven de gootsteen een schoolbord met verschillende soorten producten in krijt: croissant, pain de campagne, logo koekjes, kaneel knopen. Brood met liefde gebakken.

‘Ik zeg overal ‘ja’ tegen,’ zegt Lisette Magis, initiatiefneemster van de Bakkerswerkplaats en sociaal architecte. ‘Ik denk vanuit overvloed, dit principe gaat uit van vertrouwen. We willen graag samenwerken. Als dat lukt komen daar mooie dingen uit, zoals bijvoorbeeld met Buytenhof en als het anders loopt is het ook ok. Waarom zou ik alles voor mezelf houden?’

Achterin voert een trap naar een mezzanine waar twee grote tafels staan. Een jongen vouwt de was. Medewerkers drinken koffie of zijn aan het werk achter de computer. Een klant belt voor een administratieve vraag. Nieuwe bestellingen worden genoteerd. Beneden in een verzonken verdieping wordt afgewassen, geveegd en staan de ovens.

‘Brood is de koning van de tafel. Iedereen heeft brood nodig. Vanuit deze noodzaak zijn we vijf jaar geleden gestart met de Bakkerswerkplaats waar we het ambacht leren aan buurtgenoten en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het is zo belangrijk om samen iets te maken. We zijn hier de hele dag bezig met een hele diverse groep werknemers om brood te bakken en producten te creëren. Als er een klant komt dan vegen we even onze handen af en helpen we graag, daarna gaan we weer verder. Ik leerde als tiener al dat je niet moet gaan zitten wachten op klanten.’

‘Het voordeel is dat ik architect ben en dus niets van brood bakken weet. De bakkers en de begeleiders hebben hun eigen ruimte. Ik werk hierin onder andere nauw samen met Pameijer die mensen eveneens benadert vanuit eigen kracht en talent. Iedereen doet hier waar hij of zij goed in is. Zo bouwen we een gemeenschap waarin mensen die tussen wal en schip vallen een kans krijgen, zich ontwikkelen en nieuwe dingen leren.’

De afgelopen jaren stroomden vijfentwintig mensen door naar een betaalde baan of opleiding. Tien MBO’ers behaalden hun examen met succes. Vijftien mensen hebben op deze manier een zinvolle dagbesteding en contracten zijn er in alle soorten en maten. Van een 0 uren contract tot full-time maar ook zzp-bakkers. Een diverse clientèle neemt de producten af, waaronder ook Feyenoord en een restaurant met Michelin ster.

‘Een van onze bakkers die hier nu fulltime werkt startte hier drie jaar geleden. Hij zat al acht jaar thuis op de bank vanwege zijn handicap beperkt zicht. Stap voor stap kreeg hij vertrouwen en verwierf vaardigheden. Vorig jaar was ons mooiste kerstcadeau dat hij hier full-time aan het werk ging.’

‘Mijn hoop is dat we nog meer verbinding in de wijk tot stand brengen, zodat de buurt hier ook in het weekend eigen baksels maakt. Afrikaans brood, Syrisch brood of Kaapse lekkernijen, alles is mogelijk. Het hoeft hier alleen maar leuk te zijn.’
Ook de oude Grieken wisten al dat vakmanschap en gemeenschap onscheidbaar zijn.

Geplaatst in Collectivisme, Communicatie, cultureel erfgoed, Economy, Nederland | Tags: | Een reactie plaatsen

We hebben je gemist…

Onderstaand artikel verscheen 24 november 2019 jl. via Joop.nl

Hijgend komt een bezorger met een pakje aan de deur, net op tijd gescand. Nu hopen dat er iemand thuis is. Helaas, niemand doet open. Dit betekent geen inkomen voor de bezorger. Het karakteristieke papiertje gaat door de brievenbus: ‘We hebben je gemist…’ Klanten interesseert het lot van de bezorgers niet, die willen alleen weten of hun pakje op tijd aan komt. De concurrentie tussen bezorgcentra is moordend.

‘Sorry we missed you’ is de nieuwste film van de Britse filmmaker Ken Loach. Niet alleen neemt Loach het hierin op voor de mensen in een zwakkere positie in de samenleving, de film is een metafoor voor de bredere dynamiek in de samenleving in Engeland maar ook hier, in Nederland en op vele plekken in de wereld.

Werknemers worden behandeld als slaven in een kapitalistisch systeem. Marktwerking is het toverwoord. Mensen met een vast contract werken zo hard dat er in veel gevallen makkelijk twee FTE op ingezet hadden kunnen worden. En voor de ‘schijnzelfstandigen’ en zzp-ers gelden minimale sociale voorwaarden. Of het nu gaat om het bezorgen van pakjes, werk in de zorg, het onderwijs, de bouw of de kunsten.

De heersende dynamiek kenmerkt zich door groeiende ongelijkheid en uitbuiting. Onder het mom van ‘even een kopje koffie drinken’ brengen ZZP’ers vele niet-declarabele uren door met mensen die wel een vast contract hebben maar geen tijd hebben om creatief na te denken. De een heeft vrijheid om te denken maar geen contract, de ander heeft zekerheid maar moet werken in een oerwoud van regels en bepalingen.

Klanten kampen met ondermaatse service. Ouderen kunnen niet naar therapie want er zijn te weinig verpleegsters, scholen gaan dicht vanwege gebrek aan leraren, veel bouwprojecten liggen stil en huisartsen in achterstandswijken bevinden zich in situaties die objectief gemeten soms slechter zijn dan die in ontwikkelingslanden. Overal blijft belangrijk werk liggen, is de werkdruk te hoog en staat de politiek-bureaucratische mentaliteit behoorlijke beloning voor gewaardeerde diensten in de weg.

We hebben je gemist Mark Rutte, als morele leider. Neem de kwestie Zwarte Piet. De landelijke koers is geen Zwarte Piet, een verhaal in lijn met de uitspraken van de VN. Maar de premier zwijgt en geeft daarmee ruimte aan extremisten die zich hierdoor gesteund voelen om minderheden aan te vallen. Dit krijg je als je het ‘gezellig’ probeert te houden, schrijft Heleen Schols in haar recente proefschrift over Zwarte Piet, racisme en de dynamiek erachter: ‘Keeping things gezellig.’

We hebben jullie gemist, kabinetsleden, om besluiten te nemen die deugen. Dertig jaar geleden verscheen het 1e rapport over de stikstof kwestie. Nog steeds is er niets gebeurd. Behalve dat het fenomeen van naam veranderde van zure regen in mestoverschot en dan nu in stikstofcrisis. We misten veertig (!) jaar lang een politiek die durfde om een wissel om te zetten. Nu liggen 19.000 bouwprojecten stil en staat het water de sector aan de lippen, de werknemers en de natuur dragen opnieuw het risico.

We hebben je gemist burgers om te merken dat er zo weinig inlevingsvermogen is bij zoveel discriminatie en ongelijkheid. Het boek van Rutger Bregman staat nog altijd in de boeken top 10: ‘De meeste mensen deugen.’ Burgers werken hard om de eindjes aan elkaar te knopen. Binnen ieders bereik ligt de oefening om elkaar te blijven verstaan, het gesprek aan te gaan ook als je het niet met elkaar eens bent. Het is de kern van het polderen en daarmee een opdracht aan een ieder.

Wat we echt hebben gemist? Het luisteren naar elkaar en het durven sturen op een moreel kompas. Afgelopen jaren werkte ik in stad en ommeland en ontdekte dat plekken waar je kan luisteren buiten je eigen kring hierin cruciaal zijn. Verhalenhuizen bieden deze informele ruimte. Fysieke ontmoetingsplekken zoals het Rotterdamse Verhalenhuis Belvédère, de Lochemse Aandachtschenkerij of Places of Hope in Leeuwarden. Plaatsen van gelijkwaardige ontmoeting waar ieders verhaal een podium krijgt.

Verhalenhuizen zorgden in de 17e eeuw in het Midden-Oosten al voor onderling begrip en cohesie. Politieke leiders kwamen er regelmatig om burgers van alle achtergronden en leeftijden te ontmoeten. Ze financierden deze plekken die van onschatbare waarde waren en bestuurlijk inzicht gaven in wat er leefde in de samenleving. Verhalenhuizen zijn een vrijplaats en transformeren gevoelens van onbehagen door simpelweg samen tijd doorbrengen, verhalen delen en luisteren.

Laten we onze samenleving weer met elkaar ter hand nemen. In plaats van passief toekijken hoe een ‘hedgefonds’ onze kernwaarden in de verkoop zet en ons berooft van wat er werkelijk toe doet. Het lot van de pakjesbezorger als metafoor voor onze eigen ratrace, als burger of politicus.

Esseline is auteur van het Essay: Verhalenhuis als Vrijplaats, woonde en werkte vele jaren als adviseur in het Midden-Oosten (Syrië en Jordanië)

Geplaatst in Collectivisme, Communicatie, cultureel erfgoed, Dialogue, Nederland | Tags: | Een reactie plaatsen

Horen, zien en zwijgen

Een man tikt met zijn stok op het trottoir. Hij loopt met vastberaden tred. Ik zie hem vaak voorbij gaan. Op een dag lopen we elkaar in het halfdonker op straat tegen het lijf. De man legt zijn hand op mijn arm en zegt: ‘Bent u de pianiste?’ Verrast vinden we elkaar en spelen vanaf dat moment wekelijks samen. Viool- en piano duetten van Schubert, Bach en Fauré.

Frits kent honderden muziekstukken uit het hoofd. Hij weet de weg op zijn viool als een padvinder in het bos. ‘Van de ene op de andere dag kreeg ik te maken met blindheid.’ De viool wijkt al die jaren niet van zijn zijde. Muziek wijst hem de weg in de vele ensembles waarmee hij samen musiceert.

Frits is kritisch luisteraar. Intonatie, spel en tempo worden onderworpen aan een kwaliteitstoets. Hij studeerde enige tijd aan het Conservatorium en gaf ook jarenlang als docent vele generaties inzicht in het domein van de wis- en natuurkunde.

Het leven van Frits neemt opnieuw een onverwachte wending. Van het ene op het andere moment belandt hij in een verpleeghuis. Een hersenbloeding verlamt zijn linkerarm en -been. Zijn geheugen blijft kraakhelder. Ook al raakt het vioolspelen tot zijn groot verdriet uit het zicht, Frits omringt zich met muziek. Zijn vriendenschaar organiseert vele concerten in het verpleeghuis, voor Frits en alle andere bewoners.

Ondertussen heeft Frits al die tijd maar één doel, hij wil zo snel mogelijk naar huis. Wegens ruimtegebrek kan hij slechts twee keer per week tien minuten oefenen met lopen op de brug. De tegenslagen maken zijn wil sterker en sterker en hij dringt er bij de leiding op aan dat hij vaker wil trainen. Nog steeds gaat het lopen vooruit, dat geeft hem moed. Na lang aandringen krijgt Frits twee keer per week extra oefenruimte. Alleen de leiding geeft de verpleegsters die hem graag naar boven zouden brengen hier geen toestemming voor. Er is geen tijd.

Frits laat zich niet stoppen. Op de tast vindt hij zittend in zijn rolstoel zijn weg naar de hal. Het kost hem zeker een half uur. ‘Daar blijf ik net zolang voor de lift staan wachten tot er iemand komt die mij naar bovenbrengt…’

Geplaatst in compassion, Cultuur, Dialogue, Nederland | Tags: | Een reactie plaatsen

Wezenlijke Ontmoeting

Kolkende golven verslikken zich in wie vlucht
Rimpelingen in het zand
Licht en schaduw
Pauze
Hemels Gewelf
Hersenspinsels
Windspel
Deltawerken
Schuim
16u Zeepier Bruno van den Elshout in actie
Foto van Bruno van den Elshout ontmoeting 54

Bovenstaand zelfportret maakte ik onder leiding van Bruno van den Elshout, kunstenaar en fotograaf als bezegeling van de voor hem 54e wezenlijke ontmoeting, exact om 16u op de Scheveningse zuidelijke havenpier. De andere beelden geven een kleine impressie van wat ik meemaakte tijdens deze wezenlijke ontmoeting. Een ontmoeting ongeacht het weer. ‘Whatever the weather,’ zoals Bruno dat noemt. Onze ontmoeting is de 54e ontmoeting van de totaal 144 ontmoetingen waaraan Bruno zijn toewijding geeft in 2018.

De wezenlijke ontmoeting? Een hele dag op pad zonder specifiek plan, opgaand in de tijd en de elementen. Een dag spenderen in de ruimte van een van de prachtigste plekken die Den Haag rijk is, het Zuiderstrand. Een goede vriendin wijst me op deze kans. De aanleiding voor mij om hieraan mee te doen is dat het thema ‘ontmoetingen’ al lange tijd een belangrijke rol inneemt in mijn leven en werk. Benieuwd naar hoe Bruno met zijn onderzoek naar de wezenlijke ontmoeting een nieuw licht laat schijnen ontdek ik de nieuwe dimensie die de lengte van de ontmoeting aanbrengt en dat belangrijke fenomenen in leven en werk zich van nature presenteren. De zekere onvoorwaardelijkheid en toewijding vormen een andere ontmoetingsbasis. Het bewegen in de natuur verdiept en verbindt. Nog voel ik de koude wind op mijn wangen en warme zonnestralen op mijn lijf. De intensiteit van het buiten zijn, de indrukken aan zee, in de duinen en de vrije ruimte. Onverdeelde aandacht en gedeelde leef tijd. De dagen erna voel ik me opgeladen en energiek. Tot op de dag van vandaag voel ik de invloed van deze dag, wezenlijke aandacht. #mijnnatuurblijft

Het boek van Bruno’s 144 wezenlijke ontmoetingen is in de maak. Nieuwsgierig? Over het hoe en waarom van de wezenlijke ontmoeting vind je inspiratie via de website van Bruno: http://www.whatevertheweather.nl/inspiration

Geplaatst in Communicatie, Dialogue, Nederland | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Shami opent Sham

Haar droom is een eigen winkel. Liefst een restaurantje. Om dit te bereiken staat ze dag en nacht klaar om opdrachten uit te voeren. Ze gaat op pad en bezoekt leegstaande winkelpanden. Maar Shami komt er al snel achter dat ieder pand zijn eigen bestemming heeft. Kledingpanden zijn niet voorbestemd als viswinkel of eetgelegenheid. Een kwestie van vergunningen.

Elk baantje pakt ze aan. Schoonmaken, koken en thuiszorg. In haar vrije tijd is ze secretaris van de Afghaanse Stichting. Shami’s handen zijn altijd in de weer. Samen met haar man draait ze overuren in de nachtelijke schoonmaak van het lokale welzijnscentrum. ‘Geld is geld. Als je het uitgeeft zie je niet waarmee je het hebt verdiend. Ook de Koning geeft precies hetzelfde geld uit,’ is Shami’s devies.

In de catering werkt ze goed en snel. Zo goed en zo snel dat collega’s die tussendoor een sigaretje willen roken opkijken als er in hun pauze weer honderd broodjes zijn gesmeerd. Het maakt Shami een beduchte concurrente en in plaats van dat dit haar helpt wordt ze eruit gewerkt.

Haar hoge arbeidsethos heeft ze niet van een vreemde. Het is Shami met de paplepel ingegoten. Haar moeder werkt in de drukkerij voor de Afghaanse Volkskrant. Haar vader reist de hele wereld over als adviseur voor het Afghaanse ministerie van Economische Zaken.

‘Mijn vader stond altijd open voor verschillende culturen en soorten geloof. Zelf was hij moslim maar zijn uitgangspunt was, iedereen is gelijk. Hij had respect voor ieders eigen leefwijze. Mijn moeders naam is Afghani. De namen die wij als kinderen kregen zijn een combinatie van de naam van mijn moeder en de hobby van mijn vader.’

De ouders van Shami vernoemen al hun kinderen naar de landen en steden die de vader van Shami bezoekt. Irani, Iraki, Manilla, Misri (Egypte), Baghdadi en Shami.

Shami oftewel Sham is de oude volksnaam voor de huidige hoofdstad van Syrië: Damascus. Een verwijzing naar Groot-Syrië dat in de Middeleeuwen een provincie was in het Arabische Rijk toen de streken rondom Damascus Bilad Al-Sham oftwel Groot-Syrië heetten.

De handelsgeest van deze oudste langst bewoonde stad ter wereld komt sinds 1 november 2019 tot leven in Voorburg. Shami en haar echtgenoot Amin openen avondwinkel Sham, een plek waar je ook kan eten of koffie kan drinken. Shami leeft haar droom.

Sham is geopend vanaf 1 november jl. Er kan er al Turkse pizza, broodje Döner, kapsalon en friet worden gegeten. Na een korte verbouwing in januari 2020 komt het accent te liggen op Afghaanse hapjes met Shami’s beroemde Sambusa en zoete appelflappen gevuld met rozijnen en nootjes. Net als in Damascus en Kabul is Sham 12-24u geopend, 7 dagen per week. Chosj Amadid, Welkom!

Geplaatst in Ruis | 1 reactie

Delfts blauw, Haimy’s blauw

Een vriendin stuurt me bovenstaande foto. ‘Waar ben je..?!’ vraag ik. Ondertussen bekijk ik de foto van dichtbij en vraag me af waar deze winkel is. Even later volgt een foto van een opgemaakt bed met Delfts blauwe dekbedhoes . Wat is dit voor huis waar zelfs het dekbed is uitgevoerd in Delfts blauw?

Ik wacht op antwoord en denk aan Haimy. De eerste keer dat ik haar opzoek klim ik naar de vierde verdieping van een modernistische jaren zestig flat met kale galmende galerijen. Op de begane grond bevinden zich kelderboxen. De lift werkt er vaker niet dan wel. De naam van de wijk is Prinsenhof.

Prinsenhof huisvest 2230 huishoudens en 4475 inwoners, in grotere of kleinere samenstelling. Het is een wijk waar de hele wereld woont en waar het bruto jaarinkomen het laagste is binnen de gemeente. De bewoners geven er zelf aan dat een ontmoetingsplek voor jongeren ontbreekt en dat zwerfafval overlast geeft.

Ik krijg weer een berichtje van Haimy. Meer fotootjes volgen. Het begint allemaal met een Delfts blauw schoteltje. Ruim twintig jaar geleden belandt het als onverwacht cadeau in Haimy’s handen op Sinterklaasavond. Het warme gebaar en de schoonheid van het schoteltje van blauw porselein raakt haar hart en ze koestert het kleinood, een van haar eerste bezittingen in het opvangcentrum.

Vele jaren verstrijken. Haimy reist wat af. Ze verhuist van oost naar west, van Bomenbuurt naar Prinsenhof. Het schoteltje reist met haar mee, van plek naar plek. Maar niet alleen het schoteltje. Beetje bij beetje komen er nieuwe Delfts blauwe schoteltjes bij. Kommetjes, vazen, kopjes, schalen en schaaltjes, borden en eierdopjes, lepels en dekschalen, opbergblikjes en tegeltjes.

Haimy beschildert een eigen Delfts blauw tegeltje met molen. Dankzij haar verzamelwoede breidt de collectie zich gestaag uit. Er ontstaat een Delfts blauwe schatkamer in de Prinsenhof. Af en toe stalt Haimy haar hele collectie uit om ervan te genieten. Een lust voor het oog. Delfts blauw is Haimy’s blauw.

‘Het Nederlandse erfgoed is onderdeel van mij geworden, het maakt me trots en inspireert me, ik hou van de kleur blauw. Ik verbind me met de positieve dingen in Nederland en blijf ook trouw aan mijn Ethiopische cultuur. Voor mij staat het Delfts blauw symbool voor de ontmoetingen, de vriendschappen en de liefdevolle kant van de Nederlandse samenleving.’

Onlangs investeerde de Gemeente geld in het oppimpen van twaalf prullenbakken in de Prinsenhof. Ze moest eens weten welke schoonheid er achter de voordeuren schuil gaat.

Geplaatst in cultureel erfgoed, Cultuur, erfgoed, Nederland | Tags: , , | 1 reactie